4.3 Advies voor vaginale baring of keizersnede
Advies voor een keizersnede of een vaginale bevalling hangt in Nederland af van de afstand tussen de placenta en het ostium internum. Er is nog geen recente update van de nationale richtlijn, al is er intussen wel meer wetenschappelijke onderbouwing voor het nastreven van een vaginale bevalling met een placenta marginalis van >10 mm, maar ook met een placentalokalisatie van 0-10 mm ten opzichte van het ostium internum. De Canadese richtlijn uit 2020 beschrijft de optie voor het nastreven van een vaginale bevalling bij een marginalis van <10mm wel.
Het succespercentage voor een vaginale bevalling wanneer de placenta zich tussen de 10-20 mm van het ostium internum bevindt, varieert tussen 56% en 93% (RCOG, 2018). Volgens de RCOG (2018) zijn de studies waarop dit is gebaseerd klein, observationeel en retrospectief van aard, waardoor het moeilijk is om op basis van echometingen een aanbeveling te doen voor een specifieke wijze van bevallen.
Uit de literatuurstudie van Jansen (2020) komt naar voren:
- De kans op een succesvolle vaginale bevalling is groter dan de kans op een spoedkeizersnede vanwege bloedverlies bij vrouwen met een afstand tussen de placenta en de baarmoedermond van meer dan 20 mm of 11–20 mm. Daarom wordt geadviseerd om toch vaginaal te bevallen, bij vrouwen met een placentalokalisatie van meer dan 10 mm. Het is advies is om wel in het ziekenhuis te bevallen, zodat bij (veel) bloedverlies, er alsnog een keizersnede uitgevoerd kan worden. In de richtlijnen of onderzoeken hebben ze het in dit geval vaak over een ‘trial of labour’ of ‘proefbevalling’. Dit is ook het advies van de NVOG-richtlijn (2015).
- Anders dan de NVOG-richtlijn (2015) geeft Jansen (2020) ook weer dat bij vrouwen met een afstand tussen de placenta en de baarmoedermond van 0–10 mm er geen duidelijk verschil is in uitkomst tussen een geslaagde vaginale bevalling en een spoedkeizersnede door bloedverlies. Daarom wordt door Jansen ook voor vrouwen met een afstand van 0–10 mm een vaginale bevalling geadviseerd.
- Jansen geeft aan dat het hierbij wel belangrijk is dat er vooraf goede shared-decision making plaatsvindt tussen de zorgverlener en de vrouw en dat er tijdens de bevalling nauwlettend toezicht is.
