1.3 Welke factoren zijn van invloed op het ontstaan van een placenta praevia?
De oorzaak van een placenta praevia is nog altijd niet bekend, wel zijn er een aantal factoren bekend die (mogelijk) invloed hebben:
Factoren bij de moeder:
- Hogere leeftijd: vrouwen van 35 jaar of ouder hebben een verhoogde kans op een placenta praevia (Anne Rose & Gopalan, 2015; Jenabi et al., 2023). Een hogere leeftijd kan namelijk gepaard gaan met veranderingen in de baarmoeder en de bloedvaten, wat mogelijk kan bijdragen aan de ontwikkeling van placenta praevia. In het artikel van Anne Rose & Gopalan (2015) wordt er een verhoogde kans van 3,6% beschreven.
- Multipariteit: meerdere eerdere zwangerschappen vergroten de kans op placenta praevia. Ook vrouwen die kort op elkaar zwanger worden hebben een hogere kans hierop. Hiervan zijn geen absolute kansen beschreven in de literatuur (Anderson-Bagga & Sze, 2023).
- Eerdere placenta praevia: een eerdere diagnose van placenta praevia in een eerdere zwangerschap. De kans op een placenta praevia in de tweede zwangerschap is dan 4,8% (Roberts et al., 2012).
- Littekenvorming in de baarmoeder: eerdere keizersnede, curettages of andere operaties aan de baarmoeder kunnen littekenweefsel veroorzaken wat de innesteling van de placenta beïnvloedt (Jenabi et al., 2023; Silver et al, 2006). Hiervoor geldt dat het risico op een placenta preavia na een keizersnede toeneemt met het aantal keizersneden.
Het onderzoek van Silver et al. (2006) onder 30.132 vrouwen die een sectio hebben gehad, laat de volgende uitkomsten zien:
| Placenta praevia | |
| Gemiddelde kans | 0,3- 0,9% |
| 2 keer een sectio | 1,33% |
| 3 keer een sectio | 1,14% |
| 4 keer een sectio | 2,27% |
| 5 keer een sectio | 2,33% |
| 6 of meer keer een sectio | 3,37% |
- Meerlingzwangerschap: zoals eerder genoemd is er bij een twee- of drielingzwangerschap mogelijk een hogere kans op placenta praevia, onder andere omdat er sprake is van meer placentaweefsel (Ananth et al., 2003; Francois, Johnson & Harris, 2003; Weis et al., 2012).
- Vruchtbaarheidsbehandelingen: behandelingen zoals IVF en ICSI zijn in verband gebracht met een verhoogde kans op placenta praevia, absolute kansen worden hierbij niet beschreven (Romundstad et al., 2006; Korosec et al., 2014).
- Afkomst: er is onderzoek wat suggereert dat placenta praevia vaker voorkomt in Azië (1,22%) en minder vaak voorkomt in onder andere Europa (0,36%). Het is alleen nog niet zeker of dit echt te maken heeft met etnische verschillen of dat dit andere oorzaken heeft (Cresswell et al., 2013).
Levensstijlfactoren:
- Roken: roken beschadigt het endometrium en myometrium en vermindert de bloedtoevoer naar de placenta, wat de ontwikkeling en innesteling mogelijk kan beïnvloeden. Cijfers worden niet genoemd in de onderzoeken (Anderson-Bagga & Sze, 2023; Jenabi et al., 2023).
- Cocaïnegebruik: dit wordt ook geassocieerd met een verhoogd risico op placenta praevia (Anderson-Bagga & Sze, 2023).
Overige factoren:
- Aangeboren afwijkingen van de baarmoeder: aandoeningen zoals myomen kunnen het baarmoederslijmvlies en de plaats van innesteling beïnvloeden en worden geassocieerd met een toegenomen kans op placenta praevia (Parazzini, Tozzi & Bianchi, 2016).
- Geschiedenis van curettages: meerdere curettages kunnen het voorkomen van placenta praevia verhogen door mogelijke littekenvorming in de baarmoeder. Absolute kansen worden niet beschreven in deze onderzoeken (Baldwin et al., 2018; Jenabi et al., 2023).
- Mannelijke foetus: verschillende onderzoeken laten zien dat placenta praevia vaker voorkomt bij zwangerschappen met een mannelijke foetus, maar de oorzaak en het exacte mechanisme hierachter is nog niet bekend (Jenabi et al., 2023).
