In de Nederlandse richtlijnen (NVOG, 2008 & 2015) staat dat als er bij de SEO een laagliggende of placenta praevia is gezien, het advies is het echo-onderzoek naar de placenta te herhalen in een later stadium van de zwangerschap.
Timing van de vervolgecho
Rond 30-32 weken van de zwangerschap is er een vaginale echo om de placenta te lokaliseren (NVOG, 2008). De Canadese richtlijn houdt hier >32 weken aan, de Britse richtlijn 32 weken en de Amerikaanse richtlijn 28-32 weken (Anderson-Bagga & Sze, 2023; RCOG, 2018; SCOG, 2020).
De Britse RCOG richtlijn (2018) adviseert naast een placentalokalisatie bij 32 weken een meting van de lengte van de cervix. Dit is in Nederland geen standaardbeleid.
Als er een placenta praevia is vastgesteld na 30 weken zwangerschap, neemt de gynaecoloog de begeleiding van de zwangerschap over van de verloskundige. Dit houdt in dat de zwangerschapscontroles vanaf dat moment ook in het ziekenhuis plaatsvinden. Er wordt ook vaker een echo gemaakt om de locatie van de placenta te monitoren.
Uit onderzoek blijkt dat placenta praevia niet in verband wordt gebracht met een groter risico op groeivertraging bij de baby tijdens de zwangerschap (Lipa et al., 2020). Op basis van het onderzoek Lipa et al. (2020) is het daarom niet nodig om de groei te vervolgen.
Vanwege de mogelijke risico’s vindt een bevalling in het ziekenhuis plaats. Buiten de controles om, is opname in het ziekenhuis niet het standaard advies.
