1.1 Hoe vaak komt een placenta praevia voor?
Bij ongeveer 1 op de 20 (5%) zwangerschappen wordt bij de 20-weken-echo (SEO) vastgesteld dat de placenta dicht bij de baarmoedermond ligt. In de meeste gevallen is dit tijdelijk. Naarmate de zwangerschap vordert en de baarmoeder groeit, wordt de placenta als het ware mee omhoog getrokken. Hierdoor vergroot de afstand tussen de placenta en de baarmoedermond vanzelf.
Als er bij 20 weken sprake is van een laagliggende placenta of placenta praevia, dan is de kans groot dat dit zich in de loop van de zwangerschap spontaan oplost doordat de placenta vaak mee omhoog groeit met de groei van de baarmoeder. Meer dan 90% van de placenta’s die dan over of vlak bij de baarmoedermond liggen, liggen ten tijde van de bevalling niet meer in de buurt van de baarmoedermond. Hoewel de cijfers over het voorkomen van placenta praevia (alle vormen hiervan: marginalis, partialis en totalis) verschillen, komt het ten tijde van de bevalling nog voor bij ongeveer 1 op de 111 tot 333 vrouwen (0,3 tot 0,9%). Meer specifieke cijfers over hoe vaak de verschillende subvormen van placenta praevia voorkomen worden niet duidelijk beschreven in onderzoeken.
Meerlingzwangerschappen
Sommige onderzoeken tonen aan dat een placenta praevia in een meerlingzwangerschap ten tijde van de bevalling vaker voorkomt, andere onderzoeken geven aan dat dit risico niet is vergroot. De cijfers over hoe vaak een placenta praevia voorkomt in een tweelingzwangerschap ten tijde van de bevalling lopen daarom sterk uiteen van 1 op de 67 vrouwen tot 1 op de 333 zwangerschappen (0,3 tot 1,5%) (Ananth et al., 2003; Francois, Johnson & Harris, 2003; Weis et al., 2012).
Bij vrouwen bij wie placenta praevia in het tweede trimester wordt vastgesteld, verdwijnt het in de meeste gevallen vóór 32 weken zwangerschap. Na 32 weken verdwijnt ongeveer 50% van de overgebleven gevallen van placenta praevia, waarbij er na 36 weken geen verdere veranderingen meer optreden (Kohari et al., 2012; Weis et al., 2012).
De onderzoeken die aangeven dat een placenta praevia vaker voorkomt bij een tweelingzwangerschap geven daarvoor de volgende redenen (Ananth et al., 2003; Kohari et al., 2012):
- Groter placenta-oppervlak: bij een tweelingzwangerschap is er meer ruimte nodig voor de placenta (of placenta’s) om beide baby’s van voeding en zuurstof te voorzien. Dit betekent dat placentaweefsel zich vaker uitstrekt naar lagere delen van de baarmoeder en daarmee ook vaker richting of over de baarmoedermond.
- Twee placenta’s (bij dichoriale tweelingen): bij dichoriale tweelingen (twee placenta’s) is de kans groter dat één of beide placenta’s zich laag innestelen.
Meer risicofactoren aanwezig: tweelingzwangerschappen komen vaker voor bij vrouwen met factoren die ook het risico op placenta praevia verhogen, zoals: vruchtbaarheidsbehandelingen en hogere leeftijd van de vrouw.
