Vrouwen die via een geplande keizersnede bevallen zijn meer tevreden dan vrouwen die een ongeplande keizersnede krijgen. Dat blijkt uit onderzoek van de Patiëntenfederatie en stichting Zelfbewust zwanger (2021). Het onderzoek werd gedaan door middel van een schriftelijke vragenlijst. In totaal hebben 327 vrouwen de vragenlijst ingevuld, waarvan 91% korter dan drie jaar jaar geleden bevallen was via een keizersnede. Bij 56% van respondenten was de keizersnede gepland, 44% kreeg een ongeplande keizersnede. Uit de antwoorden blijkt dat het met name bij ongeplande sectio’s nog wel eens schort aan de informatievoorziening; 16% geeft aan dat er niet goed uitgelegd is waarom een keizersnede nodig was. Ook vinden veel ouders de nazorg onvoldoende; een derde heeft geen nagesprek gehad in het ziekenhuis, en van de ouders die dit wel hadden, is 14% niet tevreden over de ruimte die er tijdens dit gesprek was voor onder meer de emotionele beleving van de keizersnede. Ouders hebben behoefte om te begrijpen wat er precies gebeurd is om de gebeurtenissen te verwerken.
Uit twee kleinschalige kwalitatieve onderzoeken (Diua, 2018, Meriç, 2019), waarin respectievelijk 11 en 27 geïnterviewd zijn over hun ervaring met een keizersnede, blijkt dat zowel een geplande als ongeplande keizersnede met onzekerheid en angst gepaard gaat; vrouwen geven aan dat ze zich overweldigd voelde toen ze in de operatiekamer aankwamen. Zij zeggen de geboorte van hun kind vooral als een operatie en niet als een bevalling beleefd te hebben. Sommigen waren misselijk tijdens de operatie, vonden het bevreemdend te ervaren hoeveel kracht/gesjor er nodig was om hun baby uit de baarmoeder te tillen en waren verbaasd hoe snel alles ging. Ook geven veel vrouwen aan dat de napijn en het moeizame fysieke herstel na de bevalling hen zwaar viel.
Uit onderzoek blijkt dat zowel moeder als kind zowel fysiek als mentaal baat hebben bij direct huid-op-huid contact na de keizersnede. Bij een gentle sectio zou de baby idealiter direct na een eerste check bij de kinderarts bij de moeder gelegd worden, in de praktijk is dit echter niet met het volledige lichaam, maar alleen met het gezicht en/of bovenlijfje. De baby gaat vervolgens vaak met partner naar de kraamafdeling en gaat lang niet altijd mee naar de verkoever. Dit is in veel ziekenhuizen vooral een capaciteitsprobleem; er moet een verpleegkundige aanwezig blijven om de conditie van de baby in de gaten te houden, maar door personeelstekort kan die niet altijd een uur of langer van de afdeling gemist worden.
Borstvoeding
De WHO benadrukt het belang van de eerste voeding binnen een uur na de geboorte en exclusieve borstvoeding in de eerste drie dagen als belangrijke factor voor een succesvolle borstvoedingsperiode. Uit onderzoek blijkt dat vrouwen die via een keizersnede bevallen later hun eerste borstvoedingsmoment hebben dan vrouwen die vaginaal bevallen (Erbaydar, 2020, Gedefaw, 2020). Zo vergeleek Erbaydar 777 bevallingen die in 2013 in Turkije plaatsvonden en concludeert dat bij de vaginale bevallingen 35% van de baby’s pas na een uur aan de borst ging, terwijl dit na een keizersnede 50% was. Uit een grootschalig literatuuronderzoek (Li, 2020) blijkt dat een geplande keizersnede de minst gunstige uitgangspositie voor succesvolle borstvoeding is, wellicht door het ontbreken van hormonale processen die wel bij een (gedeeltelijke) fysiologische baring plaatsvinden. De fysieke beperkingen (pijn, zoeken naar een goede houding die de buikwond vrijhoudt) post partum vormen ook een beperkende factor voor vrouwen die via een keizersnede borstvoeding willen geven.
Uit recent onderzoek (Bogaert (2023) blijkt dat baby’s die via een keizersnede geboren worden nóg meer baat hebben van het microbioom (gunstige bacteriën) via moedermelk dan baby’s die deze bacteriën al via een vaginale geboorte hebben meegekregen. Hiervoor werden 120 Nederlandse moeders en pasgeboren baby’s onderzocht. Daaruit blijkt dat moeders op verschillende manieren bacteriën overdragen en dat baby’s onafhankelijk van hoe ze ter wereld komen, ongeveer 58% van hun microbioom van hun moeder krijgen. Baby’s die vanwege een keizersnede geen of minder vaginale en fecale microbioom kregen, kregen dit gecompenseerd door meer microben in de moedermelk. De onderzoekers sluiten desondanks niet uit dat baby’s door een keizersnede essentiële bacteriën missen.
