Hoofdstuk 8 van 9
In uitvoering

7. Kan je een keizersnede voorkomen?

Bevallen is onvoorspelbaar en grillig en er is bij geen enkele zwangere te garanderen dat er geen keizersnede nodig is. Toch zijn er wel factoren die de kans op een keizersnede vergroten dan wel verlagen:

  • Inleiding: meer over inleiden lees je in het artikel Inleiden van de bevalling. Er is veel discussie onder zorgverleners of een inleiding wel leidt tot meer kans op een keizersnede of vacuümbevalling. Verschillende RCT’s laten dit verschil namelijk níet zien. Echter: in deze RCT’s worden vaak inleidingen met spontane (flink gemedicaliseerde) klinische baringen vergeleken, waarbij veel vrouwen in de groep spontane baringen óók bijstimulatie of andere interventies ontvangen. Daarnaast kan het soms ook zo zijn dat zorgverleners in een bepaalde setting comfortabeler zijn met een inleiding, dan met een spontane baring, waardoor zij juist bij een spontane baring eerder geneigd zijn tot ingrijpen. Tegelijkertijd kan de indicatie voor een inleiding (een aanwezige complicatie) óók zorgen voor meer kans op een keizersnede.
    • Een Zweedse cohortstudie (Ekéus, 2016) vergeleek meer dan een miljoen bevallingen van à terme baby’s tussen 1999 en 2012. Het aantal inleidingen steeg in deze periode met 60%, waarvan 55-60% zonder medische indicatie. Vergeleken met een spontaan begin van de baring, was de kans op een keizersnede bij een inleiding driemaal groter voor primiparae (24,8 versus 8,5%) en 2,5 maal groter voor multiparae (9,8 versus 4,3%). 
    • Dahlen et al. (2021) deed een grootschalig observationeel onderzoek in Australië onder bijna een half miljoen zwangeren. Daaruit bleek dat nullipara met een laagrisicozwangerschap meer kans hebben op een keizersnede bij een inleiding: 29,3% versus 13,8%. Voor multipara was de kans op een keizersnede bij een inleiding juist iets lager: 5,3% versus 6,2%.
    • Volgens een recent onderzoek van de Nederlandse verloskundige onderzoeker Pien Offerhaus (2023) is het verband tussen een inleiding en een secundaire sectio minder eenduidig. Zij zag vooral enorme regionale verschillen in het percentage inleidingen (variatie van 14-41%). In regio’s waar minder vaak inleidingen voorkwamen, werden ook iets minder vaak spoedkeizersneden uitgevoerd, maar in regio’s met een hoog percentage inleidingen werden net zo veel secundaire sectio’s uitgevoerd als in de regio’s met een middelmatig percentage inleidingen.
    • In het onderzoek van Grobman (2018) werden 6000 Britse zwangeren gerandomiseerd verdeeld over twee groepen: de ene helft kreeg bij 39 weken zwangerschap een inleiding aangeboden, de andere helft wachtte een spontaan begin van de baring af. Het aantal keizersneden in de eerste groep (inleiding) was 18,6% ten opzichte van 22,2% in de tweede groep. Echter vonden er in de afwachtende groep ook vele interventies plaats, waaronder bijstimulatie, waardoor de (klinische) baringen niet meer veel verschilde van een inleiding.
  • Ruggenprik: volgens de sectio-richtlijn van de NVOG (2011) geeft epidurale analgesie tijdens de ontsluitingsfase (een ruggenprik) géén verhoogde kans op een sectio. Uit een grootschalig literatuuronderzoek (Anim-Somuah, 2011) waarin 38 studies (met in totaal 9658 bevallingen) opgenomen waren, bleek dat een ruggenprik de kans op een kunstverlossing wél verhoogt, maar niet de kans op een sectio.
  • CTG: het gebruik van continue foetale monitoring leidt niet tot betere uitkomsten, maar wel tot een stijging van het aantal keizersnedes. Zie artikel ‘Doptone en CTG tijdens de baring’, hoofdstuk ‘Wat is de onderbouwing van de harttonen intermitterend of continue registreren?’.
  • Eerste versus tweede lijn: uit wat ouder onderzoek (2008) waarin alle bevallingen in Nederland uit 2003 vergeleken werden (Maassen, 2008) blijkt dat vrouwen die na een ongecompliceerde zwangerschap (laagrisico) in de tweedelijn bevallen, een significant hogere kans hebben op een ongeplande sectio (12,2%) dan de vrouwen die aan de bevalling begonnen in de eerstelijn (3,4%). De auteurs maakten geen onderscheid tussen eerstelijnsbevallingen thuis, poliklinisch of in een geboortecentrum. De vrouwen die aan de bevalling begonnen in de tweede lijn werden geclassificeerd als ‘laagrisico’ als er in de zwangerschap geen medische indicatie was, maar er voor de baring bijvoorbeeld een pijnstillingsverzoek was. Mogelijk hangt de grotere kans op een sectio in de tweede lijn ook samen met het volgende punt;
  • Continue ondersteuning: uit een Cochrane-review waarin 21 trials met daarin 15.061 bevallingen opgenomen (Bohren, 2017), bleek dat continue één-op-één ondersteuning tijdens de ontsluitingsfase gepaard gaat met een verlaging van de kans op een ongeplande sectio. Continue begeleiding was het effectiefst wanneer die werd gegeven door een vrouw die niet behoorde tot het ziekenhuispersoneel of het sociale netwerk van de patiënt.
    In Maastricht werd onderzoek gedaan naar het effect van continue begeleiding tijdens de bevalling door de kraamzorg (Lettink, 2020). De kraamverzorgende ondersteunt de barende vanaf het moment dat de bevalling begint. Ze blijft steeds bij haar, ook als de vrouw naar het ziekenhuis moet. Bijna duizend zwangeren werden betrokken bij dit onderzoek, waarbij de helft continue ondersteuning kreeg van een daarvoor aanvullende geschoolde kraamverzorgende. Het aantal keizersneden in de groep met continue ondersteuning was 6,3%, ten opzichte van 12% in de andere groep.
    Dit effect is al langer bekend als het zogeheten ‘doula effect’ en werd voor het eerst in 1993 omschreven door Marshall en Phyllis Klaus en John Kennell. volgens Klaus en Kennell verkleint de aanwezigheid van een doula de kans op een keizersnede met maar liefst 45%.

Ik heb iets leuks voor je 🎁

Een informatiekaart over de (te?) grote baby! ⚖️

In een kort en handig overzicht vind je informatie over de (té?) grote baby. Als zorgverlener mag je deze informatiekaart ook delen met je cliënten (maar niet openbaar, op je website of socials).

Hoe krijg je deze informatiekaart? Via de knop hieronder maak je een gratis account aan. Via dat gratis account houd je toegang tot de informatiekaart én je krijgt er nog een leuke verrassing bij. Dat gratis account komt je straks ook goed van pas als ik de Vraag de Vroedvrouw app lanceer! (uitgerekend in januari 2027)

 
Aanmeldformulier gratis account website/app

Hieperdepiep hoera! 🥳

Ter ere van mijn 36ste verjaardag

Alle 58 artikelen staan deze week open! 🎁

Ik heb nog 48 uur om mijn doelbedrag bij elkaar te halen, voor mijn omscholing tot Canadese vroedvrouw. Ik ben er bijna!! Wil je me helpen met de laatste loodjes?

Je kunt me supporten door een product aan te schaffen:

ℹ️ Informatiekaart

📕 Artikel in PDF

💻 Webinar over het geboorteplan

🙃 Masterclass over hoofdliggingen

👩🏼‍💻 Livesessie over Canadese vs NLse verloskunde

😎 1 op 1 consult

Vrije donatie kan ook. Dankjulliewel voor jullie enorme support! ❤️

 

Wil je me supporten? 🙏🏻

Hoi!
 
Ik deel met heel veel liefde veel (gratis) verloskundige kennis. De maand september vraag ik jou (ook) om hulp!
 
Twee jaar geleden emigreerde ik naar Canada en liet ik mijn Nederlandse vroedvrouwschap definitief achter. Ik mis het vroedvrouw-zijn enorm, maar gelukkig niet lang meer! In oktober begin ik aan een bridging programma waarbij ik me omschool tot Canadese vroedvrouw.
 
Het is een intensief en prijzig programma, daarom heb ik besloten om hulp te vragen. Mijn vraag aan jou is: 
 

wil je me supporten? 

 
Via onderstaande link kun je diverse producten kopen of een vrije donatie doen. Je leest daar ook mijn hele verhaal.
 
Mijn dank voor je support is groot
♥️
 
Vroede groetjes,
Margot
 

Elke week een gratis artikel!

Bij Vraag de Vroedvrouw houden we van cadeautjes! 🎁

En dit jaar is dat cadeautje:
elke week gaat er op maandag een artikel gratis open 🥳

Als je lid bent van mijn nieuwsbrief krijg je elke week te horen welk artikel er openstaat én geef ik wat extra input over dat onderwerp. Je kunt het artikel dan dus ook makkelijk delen met wie (nog?) geen lid is!

Stuur mij elke week het gratis artikel!

Nieuwsbrief formulier footer