Bij een geplande keizersnede, neemt de anesthesioloog ongeveer een week ervoor contact op (meestal telefonisch) voor een zogeheten pre-operationele screening. Hierin wordt de opname, het nuchterbeleid (meestal vanaf 23 uur niet eten en de ochtend van keizersnede zelf alleen een paar slokjes water) en verloop van de operatie toegelicht.
Bij een primaire (geplande) sectio, komt de zwangere meestal ‘s ochtends nuchter aan op de kraamafdeling, waar zij ook na de operatie verblijft. Bij een secundaire sectio gaat de zwangere vanaf de verloskamer naar de OK. Als een zwangere met een urgente situatie vanuit een thuisbevalling komt, dan gaat ze direct naar de OK.
In de operatiekamer zijn de anesthesioloog en anesthesiemedewerker verantwoordelijk voor de verdoving. Gedurende de operatie houden zij de conditie van de moeder nauw in de gaten. Ze kunnen bijvoorbeeld iets geven tegen de misselijkheid of extra vocht toedienen als de bloeddruk ineens daalt. Ook krijgt de barende een infuus (voor onder andere extra vocht en synthetische oxytocine na de geboorte om de placenta geboren te laten worden), een zuurstofmeter en een blaaskatheter.
Er zijn twee vormen van verdoving mogelijk: spinale analgesie (plaatselijke verdoving via ruggenmerg) of een volledige narcose (algehele anesthesie). Als er geen tijdsdruk is, is het advies om voor een spinaal te kiezen; zo kan de barende de geboorte van haar kind bewust meemaken. Daarnaast komen verdovende stoffen van een narcose via de bloedbaan en de placenta eerder bij de baby.
Hoe werkt de verdoving bij een keizersnede?
Bij een ruggenprik (spinaal) wordt het onderste deel van je lichaam verdoofd. Je moet hiervoor rechtop zitten en met een lichte bolling in je rug naar voren leunen (als een boze kat, wordt vaak gezegd). De injectie wordt op een andere plek, dichter bij de zenuwbanen, geplaatst dan de ruggenprik (epiduraal) die als pijnstilling bij een vaginale bevalling gebruikt wordt. Hierdoor werkt de verdoving sneller en dieper. De toediening van het verdovende middel is éénmalig, en dus niet continu via een dun slangetje (katheter) zoals bij een epiduraal.
Na het toedienen van het verdovende middel ga je op de smalle operatietafel liggen en wordt de blaaskatheter geplaatst. Om te testen of de verdoving goed werkt worden er koude watjes tegen de huid geplaatst en/of tilt de gynaecoloog een klein stukje huid op met een pincet.

De keizersnede stap-voor-stap
Als de verdoving goed werkt, begint de operatie. Het kan best druk zijn op de operatiekamer, zeker als je vanuit een bevalkamer met wellicht alleen je partner, verloskundige en kraamzorg of verpleegkundige komt. Naast de anesthesioloog is er een anesthesiemedewerker ter assistentie. Daarnaast zijn er twee artsen, een gynaecoloog als ‘hoofdoperateur’ en een AIOS (arts in opleiding tot gynaecoloog). Dan is er tenminste één OK-verpleegkundige; zij assisteert de gynaecoloog, knipt bijvoorbeeld de hechtingen af, houdt de instrumenten vast en controleert en telt alle naalden, hechtingsmiddelen en instrumenten. De andere verpleegkundige loopt rond om spullen aan te geven. De obstetrieverpleegkundige is er bij om de kinderarts te assisteren en nadien op de baby te letten als deze op de borst bij moeder ligt. Bij een keizersnede in een opleidingsziekenhuis, kunnen er ook studenten (co-assistenten) in de OK aanwezig zijn.
De keizersnede zelf is kort: vaak wordt de baby al binnen 10 minuten geboren (bij een tweede of volgende keizersnede kan dit vanwege littekenweefsel en eventuele verklevingen langer duren). De gehele operatie, inclusief hechten, duurt ongeveer 1 a 1,5 uur. Bij een keizersnede maakt een gynaecoloog een horizontale snee net boven het schaambot van ongeveer tien tot vijftien centimeter. Deze gaat door de huid, de vetlaag en het buikvlies. Soms is een ander soort incisie nodig, bijvoorbeeld verticaal of een J- of T-vorm, in geval van bijvoorbeeld een vroeggeboorte of om meer ruimte te maken voor de baby. De lagen eronder worden stomp geopend, dat wil zeggen zonder te snijden. Twee artsen trekken dan aan weerszijden de overige lagen open. Scheuren beschadigt de bloedvaten minder en geeft daardoor minder kans op overmatig bloedverlies dan snijden. Ook herstelt het weefsel op deze manier sneller.

Illustratie Anna Sieben
De lange buikspieren die van de ribbenboog naar beneden lopen, worden opzij geschoven, waarna de buikholte open gemaakt kan worden. De blaas ligt gedeeltelijk over de baarmoeder heen en moet losgemaakt en naar beneden geschoven worden. Met het openen van de baarmoeder worden meestal eerst de vliezen gebroken; het vruchtwater wordt weggezogen, waarna de baby uit de buik wordt getild.
Na de geboorte knipt de arts de navelstreng door, op verzoek laten ze een langer stuk zitten zodat ouders later de navelstreng nogmaals symbolisch kunnen doorknippen. Hierna wordt via het infuus synthetische oxytocine toegediend om de baarmoeder te laten samentrekken zodat de placenta manueel (handmatig) uit de baarmoeder verwijderd kan worden. (In sommige ziekenhuizen kunnen ze tegenwoordig ook een halve lotusgeboorte doen. Dan wordt de navelstreng pas doorgeknipt als de placenta al geboren is). Daarna wordt de buikwand weer gesloten. Het buikvlies en de spieren worden overigens niet gehecht, die herstellen vanzelf.
Wat gebeurt er na de operatie?
Na de operatie gaat de moeder naar de verkoever (uitslaapkamer) tot ze stabiel is en ze haar benen en tenen weer kan bewegen. Sommige ziekenhuizen hebben eenpersoons kamertjes, maar kunnen bezet of niet aanwezig zijn. In dat geval lig je op een zaaltje met andere mensen die net een operatie gehad hebben. Per ziekenhuis verschilt het of de baby bij de moeder mag blijven, bij een gentle sectio zou het mogelijk moeten zijn, mits er de obstetrieverpleegkundige aanwezig blijft om de conditie van de baby in de gaten te houden. Veel vrouwen gaan ongecontroleerd bibberen tijdens of na de operatie, dat is niet schadelijk, wel vervelend. Ook kunnen vrouwen misselijk worden van de opiaten (morfine).
Meestal kan de moeder na 30-60 minuten naar de kraamafdeling. De blaaskatheter blijft meestal een dag zitten, tot de moeder zelf (of met een beetje hulp) naar het toilet kan. Via het infuus kan ze extra morfine krijgen tegen de pijn (naast paracetamol en diclofenac). Deze morfine komt ook in de borstvoeding terecht. Volgens Lareb – dat bijwerkingen van medicijnen bijhoudt – is dat 9 tot 35%, afhankelijk van de toedieningsvorm, waarvan je baby 26% opneemt. Omdat de baby maar enkele milliliters drinkt is het veilig volgens Lareb.
Ook na een keizersnede heeft een moeder naweeën; de baarmoeder moet samentrekken om te voorkomen dat de wond die is ontstaan na het loslaten van de placenta overmatig gaat bloeden. Net als bij een vaginale bevalling, kan de moeder een aantal weken blijven vloeien.

