Bij een placenta praevia kan tijdens de zwangerschap plotseling vaginaal bloedverlies optreden. Bij ongeveer 2 op de 3 vrouwen ontstaat er, meestal tussen 24 en 28 weken, bloedverlies (Oyelese & Shainker, 2025). Dit bloedverlies is meestal pijnloos, soms ervaart de vrouw vóór of na het bloedverlies harde buiken. Het bloedverlies ontstaat doordat een klein gedeelte van de placenta in de buurt van de inwendige opening van de baarmoedermond loslaat van de baarmoederwand, waarbij er bloedvaten beschadigd raken.
De hoeveelheid bloedverlies kan sterk variëren: van enkele druppels tot hevig bloedverlies in combinatie met stolsels. Waar een kleine hoeveelheid bloedverlies meestal niet schadelijk is, kan ruim bloedverlies risicovol zijn voor moeder en baby. Voor de moeder kan veel bloedverlies namelijk leiden tot een anemie (bloedarmoede), waarvoor behandeling met ijzermedicatie nodig kan zijn en in sommige gevallen een bloedtransfusie tijdens of na de bevalling. Bij hevig bloedverlies kan de moeder een hypovolemische shock krijgen, met als reden dat er te weinig bloedvolume is. Bij ruim bloedverlies kan de baby tijdelijk te weinig zuurstof krijgen, wat risico’s geeft op neurologische schade (NVOG, 2008).
De kans op een abruptio placentae (placenta loslating) is niet verhoogd bij placenta praevia.
Volgens onderzoek van Zlatnik et al. (2007) neemt het risico op bloedverlies in een zwangerschap waar sprake is van een placenta praevia toe met de termijn van de zwangerschap:
| Termijn | Kans op bloeding |
| 35 weken | 4,7% |
| 36 weken | 15% |
| 37 weken | 30% |
| 38 weken | 59% |
