6.1 Wat is het beleid bij dwarsligging en instabiele ligging?
In Nederland is er geen richtlijn voor dwarsligging of instabiele ligging. De werkwijze bij dwarsligging is in veel VSV’s deels hetzelfde als bij stuitligging: namelijk de keuze voor een uitwendige versie.
Bij een uitwendige versie helpen de verloskundige en/of de gynaecoloog met hun handen de baby draaien naar hoofdligging (of stuitligging als alternatief). Het slagingspercentage van een uitwendige versie (het draaien van een baby naar een hoofdligging) ligt gemiddeld rond de 40 tot 60 op de 100 zwangerschappen. Het slagingspercentage is hoger bij een tweede of volgende bevalling (zo’n 70 tot 85 op de 100 zwangerschappen) dan bij een eerste zwangerschap (40 tot 50 van de 100 vrouwen) (De Verloskundige, z.d.).
Alles over een stuitligging in de zwangerschap en een versie lees je in ons artikel Stuitligging tijdens de zwangerschap.
In tegenstelling tot de optie van een vaginale stuitbevalling, is er geen mogelijkheid tot vaginale bevalling met een kind in dwarsligging. De opties bij een dwarsligging en instabiele ligging bestaan daarom uit:
- Afwachten tot de baby alsnog uit zichzelf draait en in lengteligging gaat liggen
- De baby helpen draaien naar hoofdligging of stuitligging (uitwendige versie) eventueel gevolgd door een inleiding van de bevalling
- Een keizersnede wanneer helpen draaien niet lukt, niet gewenst is, of gecontra-indiceerd is en de baby nog altijd in een andere houding dan hoofdligging ligt
Het beleid bij bovenstaande opties varieert in Nederland zoals eerder vermeld per regio, maar gangbare beleidsadviezen bij zowel dwarsligging als instabiele ligging zijn:
- Overweeg inleiden vanaf 39 weken eventueel na versie, dit kan alleen bij een gunstig vaginaal toucher. Daarbij moet worden opgepast voor een iatrogene dwarsligging: een dwarsligging die is veroorzaakt door medische interventie, zoals een poging om een stuitligging te corrigeren met een uitwendige versie. Pas indien vrijwel zeker geen iatrogene dwarsligging kunnen onder impressie (druk op het bovenste deel van de baarmoeder door een zorgverlener) de vliezen worden gebroken (OLVG, z.d.).
- Andere protocollen adviseren bij een instabiele ligging in principe niet in te leiden tenzij direct na geslaagde versie à terme (tussen 37 en 42 weken) met een ingedaald hoofd en een gunstig vaginaal onderzoek. Als dit niet het geval is dan is het advies af te wachten tot 41 weken (Verlos DenBosch, 2020)
- Het advies is om het beleid te individualiseren: per zwangere in overleg te bespreken wat het beste beleid lijkt en daarin mee te nemen dat een dwarsligging of instabiele ligging van 39 weken ook nog spontaan een hoofdligging kan worden (OLVG, z.d.).
- Als de bevalling is gestart en de vliezen zijn nog intact, dan is het advies een poging tot draaiing te doen naar hoofdligging en anders af te te wachten omdat de weeënkracht een kind spontaan in hoofdligging kan brengen en kan laten indalen (OLVG, z.d.).
- Als er geen lengteligging bereikt wordt, is een keizersnede het advies (OLVG, z.d.).
De Engelse richtlijn (RCOG, 2014) adviseert vrouwen met een instabiele ligging:
- Een versie te doen, mits er geen contra-indicaties zijn
- Als een versie niet succesvol of gewenst is het advies om bij 39 weken een keizersnede te doen
- Opname bij vrouwen met een instabiele ligging of dwarsligging te besproken, indien een vrouw niet opgenomen is moet zij bij tekenen van weeen of gebroken vliezen direct voor controle naar het ziekenhuis gaan
In Australië is er in 2025 een richtlijn verschenen voor instabiele ligging (Nitschke, 2025). Zij adviseren om:
- Polyhydramnion (veel vruchtwater) op de hand en op de echo uit te sluiten en een echo te maken om mechanische redenen voor stuitligging uit te sluiten. Dit zijn redenen waarom een kind niet in lengteligging kan liggen, beschreven in hoofdstuk 2 Wat is een instabiele ligging?
- Vrouwen het advies te geven vanaf 37 weken opgenomen te worden in het ziekenhuis als de ligging instabiel blijft
- Een uitwendige versie te overwegen tijdens de vroege start van de bevalling om een kind in lengteligging te brengen
- Een vaginaal onderzoek te doen wanneer de vliezen spontaan breken om navelstrengprolaps uit te sluiten, het aantal centimeters ontsluiting te bepalen en instabiele, dwars- of stuitligging uit te sluiten
- Een keizersnede te adviseren als de ligging niet kan worden gecorrigeerd
Anders dan de Engels richtlijn wordt er in de Australische richtlijn en in Nederlandse protocollen geen geplande keizersnede bij 39 weken geadviseerd (Nitschke, 2025; RCOG, 2014).
In Nederland bestaat er voor zover bekend geen advies voor opname in het ziekenhuis vanaf 37 weken als er sprake is van een dwarsligging of instabiele ligging. De onderbouwing van dit advies wordt in de volgende paragraaf beschreven.
