5.1 Wat zijn de verschillen in het beleid bij navelstrengprolaps tussen landen?
In 2022 is er een Europese richtlijn verschenen over navelstrengprolaps. Het idee hierbij is om op basis van de best beschikbare wetenschappelijke bewijs een richtlijn te ontwikkelen op onderwerpen binnen de verloskunde die vervolgens internationaal kunnen worden ingezet. De Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (NVOG), Koninklijke Nederlandse Organisatie van Verloskundigen (KNOV), de Vlaamse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie (VVOG), de Britse Royal College of Obstetrics and Gynaecology (RCOG) en Deutsche Gesellschaft für Gynäkologie und Geburtshilfe (DGGG) zijn betrokken geweest bij de ontwikkeling van de richtlijn (NVOG, 2022).
Bij het ontwikkelen van de richtlijn bleken er regionale en internationale verschillen te bestaan in de interventies bij navelstrengprolaps die werden aangeleerd tijdens de opleiding tot verpleegkundige, verloskundige of arts in de geboortezorg (NVOG, 2022). In Duitsland is de voorkeur om handmatig het voorliggende deel (hoofd of billen) op te drukken, gevolgd door de knie-elleboog positie (hier zijn anekdotische verhalen van dat dit ook een heftige/zware interventie is voor de zorgverlener). Het vullen van de blaas wordt zelden onderwezen als interventie bij navelstrengprolaps.
In tegenstelling tot Duitsland, is in Nederland het vullen van de blaas de eerste keuzeinterventie, gevolgd door het handmatig opdrukken van het voorliggende deel. De knie-elleboog positie wordt volgens de NVOG (2022) tijdens de opleiding niet onderwezen. Dit verschil kan worden verklaard door het feit dat in Nederland ongeveer 50% van de vrouwen aan het begin van de bevalling zorg in de eerste lijn krijgt, waarbij thuisbevallingen nog steeds gangbaar zijn. Hierdoor is er een verhoogd risico dat vrouwen vervoerd moeten worden in geval van navelstrengprolaps, waarbij het vullen van de blaas een effectieve manier is om de opdrukken van het voorliggende deel, ook tijdens transport mogelijk te maken. Knie-elleboogpositie en het handmatig opdrukken van het voorliggende deel is bij transport vaak niet haalbaar.
In het VK stelt de RCOG: “Om navelstrengcompressie te voorkomen, wordt aanbevolen het voorliggende deel ofwel handmatig of door het vullen van de blaas te verhogen” (RCOG, 2014).
In België is het nationale beleid om het voorliggende deel handmatig te verhogen, hoewel in regionale protocollen ook de knie-elleboog positie en het vullen van de blaas worden beschreven (NVOG, 2022).
