7. Wat zijn mogelijke alternatieven voor de behandeling van ernstige hyperbilirubinemie?
Fototherapie thuis
In sommige regio’s is het inmiddels mogelijk om thuis fototherapie toe te passen. We zullen hier nog informatie over aanvullen.
IVIG (intraveneuze immunoglobuline toediening)
Intraveneuze immunoglobuline toediening (clofibraat, metalloporfyrines en ursodiol) is onderzocht bij de behandeling van ongeconjugeerde hyperbilirubinemie als aanvulling op fototherapie om de duur hiervan te verkorten en wisseltransfusie te voorkomen:
- Ursodiol (Honar et al., 2016) leidt tot een significante verlaging van de serumbilirubinespiegels en had verder geen nadelige effecten.
- Clofibraat (Gholitabar et al., 2012) en metalloporfyryines (Suresh et al., 2003) verlaagde ook significant de serumbilirubinespiegels en duur van fototherapie, er was alleen onvoldoende bewijs om het gebruik ervan aan te bevelen vanwege onvoldoende gegevens over veiligheid en resultaten op de lange termijn.
IVIG kan de noodzaak tot wisseltransfusie verlagen als hyperbilirubinemie is ontstaan door bloedgroepantagonisme. Echter wordt n.a.v. de meest recente inzichten routinematiger behandeling met IVIG afgeraden omdat de effecten discutabel zijn en er mogelijk een verhoogd risico is op necrotiserende enterocolitis (ook al is dit verhoogde risico ook nog niet heel duidelijk door een causale relatie met IVIG te verklaren, maar kan dit ook komen als gevolg van wisseltransufsie of anemie) (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, 2023).
Massage
In verschillende onderzoeken komt naar voren dat massage gunstige effecten heeft op pasgeborenen met hyperbilirubinemie.
- In een RCT kwam naar voren dat twee keer per dag 20 minuten massage leidde tot significante verschillen in bilirubinewaardes (lager in de interventiegroep) en in frequentie ontlasting (hoger in de interventiegroep) (Basiri-Moghadam et al., 2015).
- Dezelfde resultaten kwamen terug in een RCT bij pasgeborenen met hyperbilirubinemie die gelijktijdig behandeld werden met fototherapie (Lin et al., 2015).
- In een systematische review uit 2022 kwam ook duidelijk naar voren dat er een relatie is tussen de duur van massage en de daling van bilirubinewaardes. In totaal van alle 39 interventie- en controlegroepen, was in 31 gevallen na het toepassen van massage een duidelijke afname in het bilirubinegehalte zichtbaar. Massage bevordert de lymfestroom en bloedcirculatie wat ervoor zorgt dat bilirubine-isomeren sneller in de ontlasting worden uitgescheiden. Bovendien vergemakkelijkt massage de afgifte van ontlasting (en dus het uitscheiden van bilirubine) en vermindert het de reabsorptie van bilirubine in het bloed (Shahbazi et al., 2022)
Probiotica
Een systematische review liet onvoldoende bewijs zien voor de effectiviteit van probiotica. In één studie kwam een significante daling in het risico op hyperbilirubinemie. En als er toch fototherapie nodig was, was dit van kortere duur in de probioticagroep. Maar in de twee andere studies kwamen geen significante verschillen in bilirubinewaardes terug. Wel werd in alle drie de studies gezien dat de ontlastingsfrequentie wel significant hoger was (wat mogelijk een gunstig effect heeft t.a.v. uitscheiden van bilirubine). De suppletie van probiotica had geen nadelige effecten voor de pasgeborenen. Maar om hier een goede uitspraak over te kunnen doen, is dus eerst meer onderzoek nodig (Armanian, et al., 2019).
Vloeistofsuppletie
Uit een systematische review over vloeistofsuppletie bij hyperbilirubinemie kwam naar voren dat er geen bewijs is dat intraveneuze vochtsuppletie de klinische uitkomsten beïnvloedt bij pasgeborenen die fototherapie nodig hebben. Er is wel wat bewijs van matige kwaliteit wat aantoont dat er op sommige tijdstippen verschillen zijn in TSB-waardes tussen de groepen die wel en niet extra vloeistof toegediend kregen. Maar op andere tijden was dit verschil dan niet meer zichtbaar waardoor de klinische betekenis hiervan onzeker is. Ook is niet aangetoond dat er verschil zit in effectiviteit van vloeistofsuppletie intraveneus versus oraal (Lai et al., 2017).
Zonlicht
Al lange tijd wordt gezegd dat het goed is om de baby in de zon te leggen om hyperbilirubine te verminderen, echter is dit niet onderbouwd. Zonlicht heeft zeker de potentie om hyperbilirubinemie te verminderen, want het bevat dezelfde golflengtes van licht die ook door fototherapie lampen worden geproduceerd. Maar zonlicht bevat ook schadelijk ultraviolet licht en infraroodstraling waardoor langdurige blootstelling kan leiden tot verbranden, schade aan de huid en hyper- of hypothermie. Het lijkt in sommige gevallen een effectieve methode te zijn om hyperbilirubinemie te voorkomen, maar er is geen duidelijk bewijs voor gevonden en het is niet continue aanwezig (Horn et al., 2021).