Hoofdstuk 4 van 8
In uitvoering

4. Hoe wordt ernstige hyperbilirubinemie gediagnosticeerd?

Er zijn drie mogelijkheden voor het diagnosticeren van hyperbilirubinemie (zie voor verdere toelichting de paragraaf Wat is de onderbouwing van het diagnosticeren van ernstige hyperbilirubinemie?).

Zo diagnosticeer je hyperbilirubinemie:

  • Visuele beoordeling: het met zicht bepalen of een pasgeborene geel ziet. Echter geeft dit geen informatie over de ernst van hyperbilirubinemie.
  • Transcutane bilirubinemeting (TcB): een apparaat wat een schatting geeft van het bilirubinegehalte middels een fotometrische analyse van een lichtreflectiesignaal op de huid (voorhoofd of sternum).
  • Totaal serumbilirubinegehalte (TSB): een bloedafname waarbij wordt gekeken naar de totale hoeveelheid bilirubine in het bloed, zowel het geconjugeerde als het ongeconjugeerde deel. Deze meting wordt gezien als de gouden standaard als het gaat om het diagnosticeren van hyperbilirubinemie.

De waardes van TcB en TSB worden vergeleken met de Bhutani nomogram. De Bhutani nomogram is een grafiek die wordt gebruikt om de mate van risico op het ontwikkelen van hyperbilirubinemie te bepalen op basis van de leeftijd (in uren) in combinatie met de serumbilirubine waarde en de aan- of afwezigheid van risicofactoren.

Het standaard screenen van alle pasgeborenen op hyperbilirubinemie wordt afgeraden. Hoewel screening pasgeborenen kan identificeren die risico lopen op het ontwikkelen van ernstige hyperbilirubinemie, is er geen duidelijk bewijs dat het identificeren en behandelen van álle verhoogde bilirubinespiegels zorgt voor preventie van kernicterus (US Preventive Services Task Force, 2009). Het advies luidt daarom om bij alle pasgeborenen een risicofactorenbeoordeling én visuele inspectie voor geelzucht toe te passen, maar alleen aanvullend onderzoek uit te voeren bij pasgeborenen als er risicofactoren aanwezig zijn (National Institue for Health and Care Excellence, 2016). Zo wordt dit ook in Nederland toegepast en staat dit opgenomen in de landelijke richtlijn (Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, 2023).

Bhutani Nomogram door Atelier Mayura

Een 'te' grote baby inleiden:
yay of nee?

Er zijn drie aannames rondom grote baby’s:

  1. Bij een grote baby treedt er vaker een schouderdystocie op.
  2. We kunnen een macrosome baby opsporen.
  3. Eerder inleiden zorgt voor een kleinere baby en daarmee minder kans op schouderdystocie.
In de masterclass op 10 september om 19.30 uur (voor vroedvrouwen en andere zorgverleners) ga ik in op het wetenschappelijk bewijs – of het gebrek eraan – van deze aannames. 
 
Naast de masterclass (& terugkijklink) krijg je ook een informatiekaart die je met je cliënten kunt delen.
 
Als je een maand of een jaar meedoet, krijg je automatisch toegang tot eerdere opnames van masterclasses, alle 58 artikelen én informatiekaarten.

Donderdag 10 september om 19.30 uur geef ik een masterclass over LGA (Large for Gestational Age)

Inclusief terugkijklink!

Voor €45 ben je een maand lid. Opzeggen kan op ieder moment.