Hoofdstuk 5 van 8
In uitvoering

5. Wat is de onderbouwing van het diagnosticeren van ernstige hyperbilirubinemie?

Visuele beoordeling

In een relatief klein onderzoek waarbij zowel neonatologen als verpleegkundigen pasgeborenen beoordeelden op kleur, is gebleken dat de visuele observatie goed gecorreleerd is met het serumbilirubinegehalte. Echter werd 61,5% van de pasgeborenen met een serumbilirubine in de hoog risicogroep verkeerd beoordeeld (over- en onderschatting) en ook de interobserver variabiliteit was groot (Riskin et al., 2008). Ook een ander onderzoek laat zien dat de visuele beoordeling vaak leidt tot overschatting, waardoor er dus meer onnodige serumbilirubinecontroles worden uitgevoerd (Kaplan et al., 2008). Door de subjectiviteit en foutgevoeligheid van de visuele beoordeling wordt dit niet als diagnostisering ingezet, maar speelt het wel een rol in screening van pasgeborenen. Bij twijfel over visuele beoordeling, kan bijvoorbeeld laagdrempelig een TcB worden ingezet.

Totaal serumbilirubinegehalte (TSB)

Totaal serumbilirubinegehalte is de gouden standaard met betrekking tot het diagnosticeren van hyperbilirubine. Hierbij worden de resultaten uit de bloedafname vergeleken met afkapwaardes uit het Bhutani nomogram , waarin het bilirubinegehalte wordt gekoppeld aan het aantal uren oud dat de pasgeborene is (Bhutani et al., 1999; Bahr et al., 2021). Het controleren van TSB is wel een invasieve ingreep omdat hiervoor bloed afgenomen moet worden via een hielprik bij de pasgeborene. In Nederland kan dit thuis door de verloskundige gedaan worden of in het ziekenhuis.

Bhutani Nomogram door Atelier Mayura

Bhutani Nomogram door Atelier Mayura

Transcutane bilirubinemeter (TcB)

De transcutane bilirubinemeter is een niet-invasieve screeningsmethode en wordt ingezet als tussenstap om te voorkomen dat onnodig het totaal serumbilirubinegehalte bepaald hoeft te worden (scheelt de pasgeborene een vervelende bloedafname). Ook de transcutane bilirubinemeter wordt vergeleken met het Bhutani nomogram.Het onderscheidend vermogen van de transcutane bilirubinemeting als deze wordt gekoppeld aan het nomogram van Bhutani was 0.83 (0.8 -0.9 wordt als goed beschouwd). Om een voorbeeld te geven, wanneer een TSB-meting uitkwam in het 75e percentiel, ontwikkelde 26% van deze pasgeborenen hyperbilirubinemie in tegenstelling tot onder het 75e percentiel, dan was dit percentage slechts 2%. Wanneer de meting uit kwam in het 95e percentiel, ontwikkelde zelfs 54% van de pasgeborenen hyperbilirubinemie (Keren et al., 2005).

Een 'te' grote baby inleiden:
yay of nee?

Er zijn drie aannames rondom grote baby’s:

  1. Bij een grote baby treedt er vaker een schouderdystocie op.
  2. We kunnen een macrosome baby opsporen.
  3. Eerder inleiden zorgt voor een kleinere baby en daarmee minder kans op schouderdystocie.
In de masterclass op 10 september om 19.30 uur (voor vroedvrouwen en andere zorgverleners) ga ik in op het wetenschappelijk bewijs – of het gebrek eraan – van deze aannames. 
 
Naast de masterclass (& terugkijklink) krijg je ook een informatiekaart die je met je cliënten kunt delen.
 
Als je een maand of een jaar meedoet, krijg je automatisch toegang tot eerdere opnames van masterclasses, alle 58 artikelen én informatiekaarten.

Donderdag 10 september om 19.30 uur geef ik een masterclass over LGA (Large for Gestational Age)

Inclusief terugkijklink!

Voor €45 ben je een maand lid. Opzeggen kan op ieder moment.