3. Wat zijn de mogelijke problemen bij een dwarsligging of instabiele ligging?
Een dwarsligging en instabiele ligging kunnen tijdens de bevalling complicaties veroorzaken. Beide situaties leiden ertoe dat de baby mogelijk niet goed kan indalen in het bekken, wat het risico op interventies vergroot. Daarnaast neemt voor beide liggingen de kans op een voorliggende navelstreng of navelstrengprolaps toe, met daarbij mogelijk een zuurstoftekort bij de baby (foetale hypoxie) (zie ook hoofdstuk 4: Wat is een navelstrengprolaps? en het artikelen: Doptone en CTG tijdens de baby en pH-waarden na de geboorte).
Wanneer een dwarsligging niet oplost is een keizersnede noodzakelijk. Een vaginale bevalling bij een instabiele ligging is wel mogelijk als de baby voor of tijdens de bevalling alsnog een vaste positie aanneemt. In veel gevallen lost een instabiele ligging op wanneer er weeën ontstaan en/ of de vliezen breken en het kind de meest natuurlijke houding, namelijk hoofdligging, gaat liggen. De kans is groot dat dit zonder interventies tussen 37 weken en de dag van de bevalling plaatsvindt (RCOG, 2014). Ook kan het zijn dat een kind dan in stuitligging gaat liggen. Tot het moment van de bevalling kan het bij een instabiele ligging onzeker zijn welk deel van de baby zich als voorliggend presenteert als de bevalling start.
In onderstaande paragrafen staan per liggingsafwijking de mogelijke problemen rondom de bevalling beschreven.
Wat zijn mogelijke problemen bij zowel een dwarsligging als een instabiele ligging:
Wanneer de vliezen breken terwijl het voorliggende deel nog hoog ligt of de baby dwarsligt, kan het stromende vruchtwater de navelstreng of een arm of been richting het geboortekanaal meevoeren.
- Voorliggende navelstreng of uitgezakte navelstreng (prolaps)
Bij een instabiele ligging en dwarsligging is er vaak meer ruimte tussen het voorliggende deel van de foetus (hoofd of stuit) en de bekkeningang. Als de vliezen breken, kan de navelstreng vóór de baby zakken. Het gevolg hiervan kan zijn dat de navelstreng wordt samengedrukt waardoor de bloedtoevoer wordt afgekneld wat zorgt voor acuut zuurstoftekort (hypoxie). (Gibbons C, O’Herlihy & Murphy, 2014). Als de geboorte niet vlot volgt, kan dit leiden tot asfyxie of zelfs overlijden van de baby. Hierover meer in hoofdstuk 4 Wat is een navelstrengprolaps? - Een uitgezakte hand, arm, voet of been
Hierbij komt een ledemaat van de baby tegelijk met het deel van de foetus dat het dichtst bij het geboortekanaal ligt, naar beneden. In de meeste gevallen gaat het om een hand of arm die samen met het hoofd naar beneden komt. Er wordt geschat dat deze complicatie voorkomt bij ongeveer 1 op de 250 tot 1 op de 1500 geboorten (Barth, Berghella, & Chakrabarti, 2023). Dit is een ruwe en brede schatting, omdat tijdelijke gevallen niet altijd worden herkend, gedocumenteerd of gerapporteerd. Bijkomende risicofactoren zijn onder andere vroeggeboorte, meerlingzwangerschappen, te veel vruchtwater (polyhydramnion) of een relatief groot bekken van de moeder (Barth, Berghella, & Chakrabarti, 2023). In een derde van de gevallen is er hierbij ook sprake van een navelstrengprolaps (KNOV, 2023). Een naastliggende of voorliggende hand komt vaker voor, als is de incidentie hiervan niet bekend. Met een naastgelegen of voorliggende hand kan een baby, ook bij afwachtend beleid, vaginaal geboren worden (Barth, Berghella, & Chakrabarti, 2023).
Wat zijn mogelijke problemen bij een dwarsligging?
- Vaginale bevalling niet mogelijk
Bij een aanhoudende schouderligging of dwarsligging tijdens de bevalling is een vaginale bevalling niet mogelijk en adviseert de gynaecoloog een keizersnede (Sharshiner & Silver, 2015). In sommige gevallen wordt er tijdens de bevalling een uitwendige versie uitgevoerd om de baby in hoofd- of stuitligging te helpen en daarmee de kans op een vaginale bevalling te vergroten. - Uterusruptuur (scheuren van de baarmoederwand)
Een uterusruptuur is zeldzame complicatie tijdens de bevalling (1 op de 212 tot 333 zwangeren), er zijn geen cijfers bekend over het toegenomen risico bij een dwarsligging. Wel wordt het in de literatuur beschreven als een risico (Nitschke, 2025). Sharshiner & Silver (2015) beschrijven wat er gebeurt als er toch langere tijd weeën zijn bij een dwarsligging: wanneer de schouder in het bekken bekneld raakt, zorgen aanhoudende weeën voor een ongezonde samentrekking van de spieren van de baarmoeder. Die samentrekking trekt daarbij geleidelijk omhoog en kan leiden tot een dunner wordend onderste deel van de baarmoeder, wat uiteindelijk kan resulteren in een uterusruptuur. Meer informatie over een uterusruptuur kan je hier lezen.
Wat zijn mogelijke problemen bij een instabiele ligging?
- Verlengde duur van de bevalling
Dit wordt beschreven in het geval dat er wel sprake is van een baby in hoofdligging, maar wanneer het hoofd nog niet is ingedaald. Doordat het voorste deel niet goed aansluit op de ontsluitingsring, kan de bevalling langer in beslag nemen (KNOV, 2023). Specifiek bij een instabiele ligging wordt dit niet benoemd, al zou dit theoretisch wel mogelijk kunnen zijn. - Presentatie van de baby in dwarsligging
Een dwarsligging bij de start van de bevalling is mogelijk na een periode van instabiele ligging tijdens het laatste deel van de zwangerschap. Een keizersnede is in veel gevallen het advies. De problemen van een dwarsligging staan hierboven beschreven.
