Al sinds het jaar 2000 kunnen bepaalde risicogroepen de antistof palivizumab (merknaam Synagis) krijgen. Palivizumab biedt 4 weken lang bescherming tegen het RS-virus. Om gedurende het hele RSV-seizoen beschermd te zijn, moet een baby dus 5 keer geprikt worden. Het middel is in Europa toegelaten voor:
- Kinderen die bij ≤ 35 weken zwangerschap zijn geboren en die bij het begin van het RSV-seizoen jonger waren dan 6 maanden;
- Kinderen (< 2 jaar) die in de voorafgaande 6 maanden een behandeling voor bronchopulmonale dysplasie nodig hadden;
- Kinderen (< 2 jaar) die een aangeboren hartaandoening hebben die hemodynamisch significant is (AstraZeneca, 1999).
Dit betekent dat alle kinderen die in één van deze groepen vallen in principe in aanmerking komen voor immunisatie met palivizumab. Voor de vergoeding van de injectie zijn echter nog strengere voorwaarden gesteld:
- Baby’s die bij ≤ 32 weken zwangerschap zijn geboren én bij het begin van het RSV-seizoen jonger waren dan 6 maanden;
- Baby’s (< 1 jaar) met bronchopulmonale dysplasie;
- Kinderen (< 2 jaar) met bronchopulmonale dysplasie die zuurstoftherapie nodig hebben;
- Kinderen (< 2 jaar) met een aangeboren hartaandoening die hemodynamisch significant is;
- Baby’s (< 1 jaar) met een ernstige immunodeficiëntie;
- Baby’s (< 1 jaar) met een ernstige longpathologie ten gevolge van cystische fibrose (Regeling Zorgverzekering, 2016).
Bij baby’s die wel binnen de eerste lijst, maar buiten de tweede lijst vallen, zouden de prikken dus zelf betaald moeten worden. Omdat er meerdere doses nodig zijn, kan dit bedrag in de duizenden euro’s lopen.
Meer lezen over de wetenschappelijke onderzoeken
Bewijs voor de effectiviteit van palivizumab komt uit de placebo-gecontroleerde IMpact-RSV studie (Connor, 1998). Aan deze studie deden 1502 hoog-risico kinderen mee, waarvan er 1002 palivizumab kregen (vijf keer een maandelijkse dosis van 15 mg/kg lichaamsgewicht) en 500 een placebo. Alle kinderen waren geboren bij ≤ 35 weken óf hadden bronchopulmonale dysplasie.
- In de placebogroep werden 53/500 (10,6%) kinderen vanwege het RS-virus opgenomen; in de palivizumab-groep waren dat er 48/1000 (4,8%). Het aantal RSV-gerelateerde ziekenhuisopnamen daalde dus met 55% (p = <0,001)(Connor, 1998);
- De duur van de ziekenhuisopname daalde significant (36,4 versus 62,6 dagen per 100 kinderen);
- Het aantal dagen toegediende zuurstof daalde significant (30,3 versus 50,6 dagen);
- Het aantal IC-opnames daalde, maar dit verschil was niet significant (1,3% versus 3%).
Latere studies lieten vergelijkbare effecten zien (O’hagan et al., 2023), net als een Cochrane review uit het jaar 2021 (Garegnani et al., 2021).
Enkele kleine studies laten geen effecten van palivizumab op lange termijn (> 5 jaar) zien, positief noch negatief (Bar-Yoseph et al., 2019; Fortmann et al., 2024; Prais et al., 2016).
Overigens is ook onderzocht of dagelijkse toediening van palivizumab via de neus effectief zou zijn, aangezien dat een stuk goedkoper en aangenamer voor de baby zou zijn. Hoewel dit bij muizen leek te werken, lieten twee onderzoeken bij volwassenen en baby’s geen effect zien (Mazur et al., 2023; Terstappen et al., 2025). Intranasale toediening van palivizumab lijkt dus vooralsnog nog geen optie te zijn.
Bijwerkingen
- Zeer vaak (bij 10 of meer op de 100 patiënten):
- Huiduitslag
- Koorts
- Vaak (bij 1-10 op de 100 patiënten):
- Reactie op de injectieplaats
- Apneu
- Soms (bij 1-10 op de 1000 patiënten):
- Trombocytopenie (een tekort aan bloedplaatjes, waardoor bloed niet goed kan stollen en er spontane bloedingen kunnen ontstaan)
- Urticaria (galbulten/netelroos)
- Convulsies (stuiptrekkingen)
- Niet bekend:
- Anafylactische shock
Voordelen
- Verlaagt de kans op ziekenhuisopname vanwege een RSV-infectie bij kwetsbare baby’s met 55%.
- Vergroot de kans op een milder verloop (duur van de ziekenhuisopname daalt bijvoorbeeld met ruim 40%).
- Weinig (ernstige) bijwerkingen.
- Er is al 25 jaar ervaring met het middel. Er lijken geen bijwerkingen op lange termijn te zijn.
Nadelen
- De kosten worden mogelijk niet vergoed. Deze kunnen oplopen tot zo’n 10.000 euro per kind per RSV-seizoen.
- Alleen beschikbaar voor bepaalde risicogroepen.
- Jonge baby’s moeten injecties krijgen.
- De baby per RSV-seizoen vijf injecties krijgen.
