De meeste baby’s die een RSV-infectie doormaken, hebben geen behandeling nodig. De infectie gaat dan binnen een paar dagen tot een week vanzelf over. Een opname is alleen noodzakelijk bij een ernstig verloop, waarbij een baby bijvoorbeeld erg benauwd is of niet meer goed drinkt.
Er is geen direct medicijn tegen het RS-virus, dus de behandeling richt zich vooral op ondersteuning en symptoombestrijding. Er zal vooral via een infuus extra vocht worden toegediend en het kindje zal extra zuurstof krijgen. In ernstige gevallen zal worden overgegaan op kunstmatige beademing. Soms krijgen kinderen ook een maagsonde om extra voeding te kunnen toedienen.
Er is geen overtuigend bewijs dat luchtwegverwijderaars (in de volksmond vaak ‘pufjes’ genoemd), corticosteroïden of antivirale middelen, zoals ribavirine, effectief helpen bij een RSV-infectie (Black, 2003).
Ook antibiotica worden zelden ingezet, omdat deze bij een virale infectie niet zullen helpen. Ze worden daarom alleen gegeven als naast het RS-virus ook een bacteriële infectie is aangetoond. Bij ernstige RSV-infecties komen secundaire bacteriële infecties wel vaker voor, met name als er beademd wordt (Thorburn et al., 2006).
