Hoofdstuk 1 van 8
In uitvoering

1. Hoe is het geboortezorgsysteem in Nederland geregeld?

Wie voor het eerst zwanger is, of eerder in een ander land beviel, kan het Nederlandse geboortezorgsysteem ingewikkeld lijken. In een notendop is het (relatief) eenvoudig: alle zwangeren die geen specifieke medische indicatie hebben aan de start van hun zwangerschap, zijn in zorg bij een verloskundige uit de wijk.

Dit noemen we ‘eerstelijnszorg’; dit is zorg waar je zonder verwijzing naartoe kan, zoals een huisarts of tandarts. Dat verloskundigen in deze categorie zitten, komt door de fysiologische kijk op bevallen die het uitgangspunt is van ons systeem: een zwangere vrouw is niet ziek, zwangerschap en bevallen zijn normale fysiologische processen en pas als het (medisch) nodig is, komen meer op de pathologie opgeleide zorgverleners op het toneel.

De taakverdeling tussen eerste-, tweede- (ziekenhuis) en derdelijns (academisch centrum) zorgverleners is als volgt:

  • Zorg in de eerstelijn is toegankelijk zonder verwijzing.
    In Nederland verlenen in de eerstelijn verloskundigen en in sommige gevallen verloskundig huisartsen In 2020 stonden ongeveer 42 huisartsen ingeschreven in het register Verloskunde van het College voor Huisartsen met Bijzondere Bekwaamheden)de zorg voor, tijdens en na de bevalling. De verloskundige (of huisarts) begeleidt de zwangerschap, maakt risico-inschattingen en fungeert als ‘poortwachter’ voor de tweedelijnszorg door cliënten te verwijzen als daar een indicatie voor is. Afspraken over welke medische indicaties aanleiding zijn voor overdracht naar de tweede lijn, staat beschreven in de Verloskundige Indicatielijst, kortweg VIL (Ministerie van Algemene Zaken, 2021). Meer hierover in paragraaf 1.1 ‘Wat is de Verloskundige Indicatie Lijst?’. De zwangere moet akkoord zijn met een overdracht. Lees meer over de regels in het artikel Rechten en plichten in de geboortezorg. 
  • In de tweedelijn zijn zorgverleners gespecialiseerd in het ondersteunen van medisch meer complexe zwangerschappen en baringen (pathologie).
    In het ziekenhuis werken klinisch verloskundigen. Deze verloskundigen hebben vaak ook ervaring in de eerstelijnszorg en werken in het ziekenhuis onder supervisie van de gynaecoloog. (Van der Lee et al., 2013).
  • In de derdelijn wordt specialistische zorg verleend.
    Deze zorg vindt plaats in een perinatologisch centrum waar een afdeling voor obstetrische ‘high care’ (OHC) en een neonatale intensive care unit (NICU) aanwezig is.
    • Op een OHC worden ernstig zieke zwangeren opgenomen met bijvoorbeeld ernstige pre-eclampsie, zwangeren die in verwachting zijn van een kindje met een aangeboren afwijking of zwangeren met een dreigende vroeggeboorte vóór 32 weken.
    • Op een NICU worden ernstig zieke pasgeborenen opgenomen die bijvoorbeeld prematuur geboren zijn, een ernstige aangeboren afwijking, infectie of laag geboortegewicht hebben (Van Eyck et al., 2008).
    • Nederland heeft negen ziekenhuizen (waarvan zeven academisch) met een perinatologisch centrum. Het MMC in Veldhoven en het Isala in Zwolle zijn niet-academische ziekenhuizen met een perinatologisch centrum. De academische ziekenhuizen met een perinatologisch centrum zijn het Amsterdam UMC, Erasmus MC-Sophia in Rotterdam, het LUMC in Leiden, het Maastricht UMC+, het Radboud UMC in Nijmegen, het UMC Groningen en het UMC Utrecht (Kleine Kanjers, 2021).

Waar kan een zwangere bevallen? 

In Nederland kan een zwangere op de volgende plaatsen bevallen:

Thuis
In Nederland kan een zwangere kiezen om thuis te bevallen onder begeleiding van een eerstelijns verloskundige. De verloskundige wordt hierbij geassisteerd door een kraamverzorgende (als de zwangere dat ook wil). In deVIL staatdat een thuisbevalling mogelijk is tussen 37 en 42 weken. Bij bepaalde medische risico’s wordt een thuisbevalling afgeraden, zie de paragraaf 1.1 ‘Wat is de Verloskundige Indicatielijst?’.
Er zijn ook zwangeren die kiezen voor een thuisbevalling zonder de aanwezigheid van een verloskundige of andere medisch geschoolde zorgverlener. Dit noem je een ongeassisteerde bevalling (de term ‘unassisted childbirth’ wordt in de literatuur veel gebruikt). Lees ons uitgebreide artikel Ongeassisteerde bevalling.

Geboortecentrum
Het is ook mogelijk om in een geboortecentrum te bevallen onder begeleiding van de eerstelijns verloskundige. In een geboortecentrum is de sfeer vaak huiselijker dan in het ziekenhuis. Ook zijn in sommige geboortecentra meer faciliteiten aanwezig dan bij een poliklinische bevalling, bijvoorbeeld lachgas of een bevalbad. Soms is het mogelijk om kraamzorg te krijgen in het geboortecentrum en dus langer te blijven na de baring. De kosten die verbonden zijn aan baren in een geboortecentrum worden niet door alle zorgverzekeraars vergoed. Als er medische complicaties optreden is er alsnog vervoer naar het ziekenhuis nodig. Bevallen in het geboortecentrum wordt net als thuis bevallen en poliklinisch bevallen niet geadviseerd bij bepaalde medische risico’s, zoals beschreven staat in de paragraaf ‘Wat is de Verloskundige Indicatielijst?’ (KNOV, z.d.). 

Poliklinisch in het ziekenhuis
Vanaf 37 weken kan een zwangere ook kiezen voor een poliklinische bevalling. Dit houdt in dat de eerstelijns verloskundige de bevalling begeleidt in het ziekenhuis. In sommige ziekenhuizen is bij een poliklinische bevalling een verpleegkundige aanwezig en in andere ziekenhuizen is dit een kraamverzorgende. De zwangere ‘huurt’ als het ware een kamer in het ziekenhuis en in de meeste gevallen gaan moeder en kind binnen een paar uur na de geboorte naar huis. De zorgverzekering vergoedt in de meeste gevallen niet het gehele bedrag van een poliklinische baring, vaak moet er een eigen bijdrage betaald worden.  Poliklinisch bevallen wordt net als thuis bevallen niet geadviseerd bij bepaalde medische risico’s, zie de paragraaf‘Wat is de Verloskundige Indicatielijst?’ (KNOV, z.d.).  

Medium-risk in het ziekenhuis
In sommige regio’s is het mogelijk met ‘milde’ medische indicaties met je eigen eerstelijns verloskundige in het ziekenhuis te bevallen. Dit noemen ze een medium-risk bevalling. Als het nodig is, wordt de gynaecoloog of klinisch verloskundige ingeschakeld. Een verpleegkundige is aanwezig bij de baring. Een medium-risk baring wordt vergoed door de zorgverzekeraar (Verwacht verloskundigenpraktijk, 2016). De mogelijkheden voor medium-risk baringen verschillen per regio.

Klinisch in het ziekenhuis
Wanneer er sprake is van een ‘hoogrisico zwangerschap’ volgens de VIL en/of regionale protocollen, wordt het aangeraden om onder begeleiding van de tweede- of soms derdelijnszorg te bevallen. De bevalling wordt dan door de klinisch verloskundige en/of gynaecoloog begeleid, een obstetrisch verpleegkundige assisteert hierbij.

Hoofdstuk inhoud
0% Voltooid 0/1 Stappen