6. Zijn er andere benaderingen die de kans op een door RS ernstig zieke baby verminderen?
Moedermelk
Verschillende studies laten zien dat borstvoeding enige bescherming kan bieden tegen een ernstige RSV-infectie. In een systematische review is dit mogelijke verband verder onderzocht (Mineva et al., 2023). In deze review werd gekeken naar de invloed van moedermelk versus flesvoeding en de invloed op het optreden en de ernst van RSV-geassocieerde onderste-luchtweginfecties bij kinderen <12 maanden. Slechts één van de 19 geïncludeerde studies vond geen significant verband tussen borstvoeding en de ernst van de infectie en de opnameduur (Vereen et al., 2014). Uit de overige studies bleek dat:
- Wanneer er geen of minder dan twee maanden borstvoeding was gegeven, het risico op een ernstige RSV-infectie, (lange) ziekenhuisopname en toediening van zuurstof groter was. Een prospectieve studie bij 1814 Italiaanse baby’s liet bijvoorbeeld zien dat er een kans van ruim 8% is dat baby’s die nooit moedermelk kregen vanwege RSV moeten worden opgenomen. Bij baby’s die wel moedermelk kregen, was die kans slechts 4% (Lanari et al., 2013);
- Hoe langer borstvoeding werd gegeven, hoe lager de kans werd dat extra zuurstof en IC opname nodig was;
- Wanneer moedermelk werd gecombineerd met flesvoeding, het risico ook al lager was.
Moedermelk kan op verschillende manieren bijdragen aan een betere afweer van de baby. Op het moment dat een baby wordt geboren, is het immuunsysteem nog niet helemaal af. De darmwand laat nog meer ziektekiemen door en de aanmaak van antistoffen werkt nog niet zo efficiënt (Hanson, 2004). Hierdoor kunnen ziektekiemen makkelijker doordringen tot in de bloedbaan. Het immuunsysteem ontwikkelt zich door blootstelling aan ziekteverwekkers; het wordt als het ware “getraind”. Moedermelk helpt hierbij. Deze bevat namelijk antistoffen, met name van het type IgA. Deze antilichamen werken vooral in de darmen en de slijmvliezen. Ze hechten zich aan bacteriën en virussen en voorkomen dat deze in de bloedbaan terechtkomen. Als een moeder ooit besmet is geweest met het RS-virus, zal haar moedermelk deze specifieke antistoffen bevatten.
Moedermelk legt ook een beschermend laagje over de darmwand, waardoor ziektekiemen minder makkelijk doordringen tot in het bloed. Daarnaast stimuleert moedermelk de rijping van de darmwand zodat deze minder doorlaatbaar wordt. Hier komt nog bij dat moedermelk verschillende stoffen bevat die het immuunsysteem van de baby ondersteunen, zoals lactoferrine, cytokinen en lange suikerketens (Francese et al., 2023; Hanson, 2004). Deze stoffen helpen te voorkomen dat het RS-virus doordringt tot in het bloed.
Mogelijk: flesvoeding met HMOs
Het is bekend dat de lange suikerketens (oligosacchariden) uit moedermelk kunnen helpen bij de bescherming tegen infecties, maar er is ook enig bewijs dat de toevoeging van synthetische HMOs (human milk oligosacchariden) aan flesvoeding een vergelijkbaar effect heeft (Tonon et al., 2024). Het gaat hierbij voornamelijk om de twee stoffen 2’-fucosyllactose (2’-FL) en Lacto-N-neotetraose (LNnT). Toevoeging van 1,0 g/L 2’-FL en 0,5 g/L LNnT aan flesvoeding gedurende 6 maanden leidde tot minder onderste-luchtweginfecties in het eerste levensjaar (19% versus 35%) (Puccio et al., 2017).
HMOs bevorderen de groei van bepaalde Bifidobacteriën. Hierdoor kunnen schadelijke bacteriën wellicht minder goed groeien. Daarnaast kunnen HMOs bepaalde virussen of bacteriën binden en wegvangen en de immuunrespons positief beïnvloeden (Vandenplas et al., 2018). De toevoeging van 2’-FL en LNnT aan flesvoeding is veilig bevonden en goedgekeurd door de EFSA (European Food Safety Authority). Hoewel er nog meer onderzoek nodig is naar de exacte effecten van deze HMOs, worden ze door sommige fabrikanten al aan flesvoeding toegevoegd.
Vitamine D
Vitamine D heeft veel verschillende functies in het menselijk lichaam: het draagt o.a. bij aan een goede botgezondheid, spierfunctie, celvernieuwing en aan een goed functionerend immuunsysteem. De concentratie vitamine D bij de foetus en pasgeborene is direct afhankelijk van de concentratie 25-hydroxyvitamine D (25-OHD) in het serum van de moeder. Op het moment dat de moeder dus een vitamine D tekort heeft in de zwangerschap, zal de baby met een lagere hoeveelheid vitamine D in zijn lichaam worden geboren. Verschillende studies hebben laten zien dat er een mogelijk verband is tussen een lage vitamine D status bij de baby, meestal bij de geboorte gemeten in het navelstrengbloed, en het risico op een virale infectie van de onderste luchtwegen, zoals een RSV-infectie (Belderbos et al., 2011; Ferolla et al., 2022; Karatekin et al., 2009; McNally et al., 2009; Roth et al., 2010). De studies waren echter voornamelijk observatiestudies onder kleine groepen moeders/baby’s, waardoor een causaal verband niet kan worden aangetoond. Twee studies waarbij vitamine D werd gemeten op het moment van de infectie, spreken dit verband bovendien tegen (Beigelman et al., 2015; Roth et al., 2009).
Om een causaal verband aan te tonen, zou een RCT nodig zijn. Deze is tot op heden niet gedaan. Het lijkt er echter wel op dat:
- Vitamine D de ontwikkeling van het immuunsysteem van de baby kan beïnvloeden. Als de moeder een lage vitamine D status heeft, verhoogt dat namelijk de kans op immuungerelateerde ziekten bij de baby (zoals diabetes type 1, astma en allergische rinitis);
- Vitamine D waarschijnlijk een positieve invloed heeft op de vroege ontwikkeling van de longen;
- Vitamine D antimicrobiële eigenschappen heeft, wat mogelijk leidt tot een vermindering van de virale lading ten tijde van een infectie (Belderbos et al., 2011; Vaghari-Tabari et al., 2023).
In Nederland wordt een 25-OHD-concentratie (voornamelijk afkomstig uit vitamine D3) van ≥ 50 nmol/L voor vrijwel iedereen voldoende geacht. Veel van de bovengenoemde artikelen lieten bij deze concentratie een lager risico op (ernstige) RSV-infectie zien. Bij een concentratie van <30 nmol/L is er sprake van een duidelijk tekort. Volwassenen met een donkere huidskleur of die onvoldoende in de zon komen, wordt geadviseerd om dagelijks 10 microgram (= 400 IE) vitamine D te slikken (Voedingscentrum, n.d.). Hetzelfde advies geldt voor kinderen t/m 3 jaar en alle zwangeren. Met voldoende zonlicht, gezonde voeding en eventueel suppletie wordt over het algemeen gewoon een concentratie van ≥ 50 nmol/L 25-OHD bereikt.
