In principe krijgen de meeste baby’s al in de baarmoeder antistoffen (type IgG) tegen het RS-virus via de placenta (antistoffen worden ook wel antilichamen genoemd). Voorwaarde is uiteraard dat de moeder ooit in haar leven een RSV-infectie heeft doorgemaakt of is gevaccineerd. Aangezien vrijwel iedereen minimaal één RSV-infectie in zijn leven doormaakt, heeft bijna 100% van de vrouwen antistoffen. De overdracht vindt voornamelijk plaats in het derde trimester, waardoor extreme prematuren vaak nauwelijks antistoffen hebben meegekregen. Ook door placentastoornissen, chronische ziekten of auto-immuunziekten bij de moeder kan de overdracht verlaagd zijn.
Hoewel de meeste baby’s bij de geboorte dus enigszins beschermd zijn tegen een (ernstige) RSV-infectie, loopt de hoeveelheid antistoffen na de geboorte snel terug. RSV IgG antilichamen hebben namelijk een halfwaardetijd van ongeveer anderhalve maand (Wang et al., 2023). Al na 3 maanden is de bescherming vanuit deze IgG antilichamen dus nog maar minimaal. (Als een baby langer dan 3 maanden moedermelk krijgt, krijgt deze ook na de 3 maanden tijd nog antilichamen van de moeder. Dit zijn echter IgA antilichamen en die hebben een andere werking (zie paragraaf ‘Moedermelk’ verderop).)
Naast het geven van borstvoeding, kan een baby tegenwoordig ook tegen (ernstige) RSV-infecties worden beschermd door vaccinatie (van de moeder) of immunisatie (baby). Bij een vaccinatie wordt meestal een verzwakte of dode vorm van het virus toegediend en wordt het immuunsysteem gestimuleerd om antistoffen te maken. Bij immunisatie worden deze antistoffen (immunoglobulinen) direct toegediend en hoeft het lichaam dus geen afweerreactie in gang te zetten. Hierdoor treden er bij een immunisatie vaak minder bijwerkingen op.
Baby’s die een sterk verhoogde kans op ernstige RSV-infecties hebben, komen al sinds het jaar 2000 in aanmerking voor immunisatie met palivizumab. In 2002 werd een nieuwe immunisatie op de Europese markt toegelaten. Deze prik, nirsevimab, maakt sinds september 2025 onderdeel uit van het Rijksvaccinatieprogramma en is daarmee dus beschikbaar voor alle baby’s. Daarnaast bestaat er nog de mogelijkheid voor maternale vaccinatie (vaccinatie van de moeder) met Abrysvo. Deze vaccinatie wordt echter niet vergoed en moet dus zelf betaald worden. In het volgende hoofdstuk zullen we verder ingaan op de verschillende vaccinaties/immunisaties.
