Behandeling door middel van antibioticaprofylaxe vindt plaats tijdens de ontsluitingsfase tot aan het moment van de geboorte van de baby, waarbij minstens 4 uur voor de geboorte moet worden gestart. Het voorkeursmiddel is benzylpenicilline, waarbij elke 4 uur een dosis via het infuus wordt toegediend. In Nederland wordt de volgende medicatie en dosering geadviseerd:
| Voorkeur: benzylpenicilline | Infuus | Startdosis: 2 milj. IE Elke 4 uur: 1 milj. IE |
| Alternatief: amoxicilline | Infuus | Startdosis: 2 gramElke 4 uur: 1 gram |
| Alternatief: ampicilline | Infuus | Startdosis: 2 gramElke 4 uur: 1 gram |
Bij penicilline-allergie
| Voorkeur: clindamycine | Infuus | Startdosis: 900 mgElke 8 uur: 900 mg |
| Alternatief: erythromycine | Infuus | Startdosis: 500 mgElke 6 uur: 500 mg |
Volgens de Amerikaanse richtlijn is ook benzylpenicilline het voorkeursmiddel, maar dan in andere hoeveelheden. Daarnaast is bij een allergie voor penicilline specifieker toegelicht welk antibioticum dan kan worden gegeven. Dit vind je hier terug.
Het behandelen met antibioticaprofylaxe hangt samen met op welke manier er gescreend wordt. Hieronder zie je de behandeladviezen die passen bij de vorm van screening die ingezet wordt.
Behandeling na screening op basis van risicofactoren
Dit beleid wordt in Nederland toegepast. Behandeling met antibioticaprofylaxe wordt geadviseerd in de volgende situaties:
- Een eerder kind met een early-onset neonatale infectie door GBS
- Bacteriurie of urineweginfectie door GBS in de huidige zwangerschap
- Een positieve rectovaginale kweek op GBS mét de aanwezigheid van risicofactoren: dreigende vroeggeboorte (weeën of gebroken vliezen) of langdurig gebroken vliezen
- Koorts tijdens de baring (ook als de GBS-status onbekend is)
Antibioticaprofylaxe tijdens de baring kan worden overwogen in de volgende situaties:
- Een positieve rectovaginale kweek zonder overige risicofactoren (hierin wijkt de Nederlandse richtlijn af van de NICE-richtlijn, waarbij antibioticaprofylaxe dan wel geadviseerd wordt);
- Een vroeggeboorte of PPROM (ongeacht duur van gebroken vliezen) én een onbekende GBS-status.
Behandeling bij universele screening
Antibioticaprofylaxe tijdens de baring wordt geadviseerd in de volgende situaties:
- Een positieve rectovaginale kweek op GBS
- Een eerder kind met een early-onset neonatale infectie door GBS
- Asymptomatische bacteriurie of urineweginfectie door GBS in de huidige zwangerschap
- Koorts tijdens de baring (ook als de GBS-status onbekend is)
- Als de GBS-status onbekend is, wordt geadviseerd om antibioticaprofylaxe tijdens de baring toe te dienen indien:
- Er riscofactoren aanwezig zijn: dreigende vroeggeboorte, PPROM, meer dan 18 uur gebroken vliezen, koorts tijdens de baring.
- Zonder risicofactoren, maar met een positieve test (zowel rectovaginaal als urinekweek) in een vorige zwangerschap (ACOG, 2019; Verani et al., 2010).
