Alle richtlijnen gaan ervan uit dat EOGBS ontstaat doordat de moeder GBS overdraagt aan de baby tijdens de baring. Daarbij wordt benoemd dat ongeveer 50% van de vrouwen die GBS bij zich dragen, dit tijdens de baring overdragen aan hun baby en dat 1-2% van deze baby’s daadwerkelijk ziek wordt. Van alle zwangeren die GBS bij zich dragen krijgt 0,5-1% van de baby’s een infectie met GBS (NvK, 2017).
Een aantal opmerkingen over deze uitspraken:
- Het onderzoek dat duidelijkheid geeft over de transmissiekans (Ohlsson, 1992), laat zien dat dat per land wisselt: van 35% in Engeland tot 69% in Brazilië.
- In deze cijfers is geen onderscheid gemaakt tussen à terme en prematuur geboren baby’s. In de vorige paragraaf is besproken dat dit wel degelijk relevant is: prematuur geboren baby’s worden vaker ziek en hebben minder goede uitkomsten dan à terme geboren baby’s (0,073% EOGBS bij premature baby’s tov 0,026% bij à terme baby’s) (Van Dyke et al., 2009; Nanduri et al., 2019).
- Uit Amerikaans onderzoek van Nanduri et al. (2019) onder 1277 baby’s met een EOGBS bleek dat 40% van de moeders met een zieke baby negatief had getest op GBS bij 35-37 weken. Dit kan komen omdat de test vals-negatief was of omdat GBS komt en gaat, zoals eerder genoemd. Maar:
- Het kan niet worden uitgesloten dat EOGBS ontstaat doordat een baby ná de baring GBS overgedragen krijgt door een zorgverlener of door met GBS ‘besmet’ materiaal. Er is geen onderzoek naar gedaan (Wickham, 2019).
Vooralsnog wordt ervan uitgegaan dat bij een primaire sectio waarbij de vliezen intact zijn, de kans op het overdragen van GBS dusdanig klein is. Er zijn daar twee cijfers bij te vinden:
- Maar 3 op de 1.000.000 baby’s krijgt EOGBS na een primaire sectio met intacte vliezen (ACOG, 2019). Het is echter lastig om dit cijfer te controleren, omdat het enige onderzoek daarnaar onvoldoende informatie geeft (Nanduri et al., 2019).
- Er is GBS gevonden in 5% van de placenta’s na een primaire sectio met intacte vliezen (de Goffeau et al., 2019).
Er is onvoldoende informatie beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over hoe groot de transmissiekans is bij de verschillende manieren van baren: vaginale baring met al dan niet gebroken vliezen, primaire sectio met gebroken vliezen of een secundaire sectio met al dan niet gebroken vliezen. Meer daarover in paragraaf 9: Zijn er andere manieren om de kans op EOGBS te verkleinen?
Bij een late-onset neonatale infectie wordt overal de mogelijkheid genoemd dat de baby GBS overgedragen heeft gekregen tijdens de baring, maar ook ná de baring, bijvoorbeeld door de omgang met andere mensen dan de moeder (Wickham, 2019).
