5. Hoe zit het met de hogere babysterfte in Nederland en de thuisbevalling?
Nederland heeft een uniek geboortezorgsysteem waarin verloskundigen heel zelfstandig werken én waarin relatief veel thuisbevallingen plaatsvinden. In andere landen zien we dat er 0-1% thuisbevallingen zijn (geregistreerd), alleen in Engeland is 2-4% thuisbevallingen geregistreerd. De exacte cijfers vind je hier.
De EURO-PERISTAT (de Europese perinatale registratie) registreert de cijfers van babysterfte in verschillende Europese landen. Langere tijd had Nederland een relatief hogere babysterfte dan de andere Europese landen. Omdat Nederland veel thuisbevallingen heeft, werd dit al snel als boosdoener aangewezen. Zoals in de voorgaande paragraaf te lezen valt, is er geen hogere kans op het overlijden van de baby rondom de geboorte bij een thuisbevalling.
Waar komt die hogere babysterfte dan vandaan?
Laten we de cijfers eens van dichterbij bekijken. Voordat we dat doen is het belangrijk om onderscheid te maken in de volgende termen:
- Perinatale sterfte: het totale aantal kinderen dat na een zwangerschapsduur van 22 weken of meer wordt geboren en rond de geboorte overlijdt (vóór, tijdens of in de eerste vier weken na de geboorte).
- Foetale sterfte: sterfte vóór de geboorte vanaf een zwangerschapsduur van 28 weken
- Neonatale sterfte: sterfte ná de geboorte vanaf een zwangerschapsduur van 24 weken
Zoals hierboven te zien is, overlapt de definitie van perinatale sterfte zowel met foetale als met neonatale sterfte, want het betreft zowel sterfte voor- als tijdens- als na de geboorte. Alleen verschilt de zwangerschapsduur wel met de foetale en neonatale sterfte. Er worden in de literatuur meerdere definities aangehouden en met name in de internationale registratie verschillen de definities die gehanteerd worden tussen verschillende landen, waardoor sommige uitkomsten niet ‘eerlijk’ te vergelijken zijn. EURO-Peristat gebruikt bovenstaande definitie van perinatale sterfte. Als de zwangerschapsduur of het moment van overlijden onbekend was, werd de perinatale sterfte als onbekend beschouwd.
Alleen zijn er verschillen in registratie en beleid tussen de verschillende landen. Zo wordt foetale sterfte onder de 28 weken in sommige landen niet geregistreerd, worden in Nederland ook zwangerschapsafbrekingen onder de 24 weken in de cijfers opgenomen en zijn er verschillen in actieve behandeling bij extreme vroeggeboorte onder de 24 weken, waarin Nederland relatief afwachtend beleid vertoond. Daarom zijn de internationale cijfers volgens EURO-PERISTAT beter te vergelijken als gekeken wordt naar foetale sterfte + de neonatale sterfte (na de geboorte). Door deze definities aan te houden compenseer je iets van de verschillen in registratie en beleid tussen de verschillende landen.
Alhoewel het hardnekkige idee dat de babysterfte in Nederland nog steeds hoog is (en door de thuisbevalling komt) nog steeds bestaat, laten de cijfers zien dat Nederland inmiddels een andere positie heeft ingenomen ten opzichte van de andere Europese landen:
- De perinatale sterfte was in 2015 4,2 per 1000 geboortes: dit is een afname van 20% vergeleken met de cijfers uit 2010. Nederland steeg hiermee naar plek 11 op de rangorde, ten opzichte van plek 15 in 2010. Na 2015 lijkt aan deze daling een eind te zijn gekomen.
- De neonatale sterfte, gerekend vanaf 24 weken zwangerschap tot 28 dagen na de geboorte, daalde tussen 2004 en 2019 van 2,8 per 1000 geboortes naar 2,1 per 1000 geboortes. Nederland bevindt zich voor de neonatale sterfte in de middenmoot.
- De foetale sterfte vanaf 28 weken is het sterkst gedaald: van 4,3 per 1000 geboortes in 2004 naar 2,3 per 1000 geboortes in 2019, hiermee behoort Nederland tot de Europese top.
- Wanneer gekeken wordt naar de gehele groep baby’s, waar in EURO-PERISTAT gegevens over worden samengebracht, dan is de perinatale sterfte in Nederland gedaald van 10,5 per 1000 geboortes in 2004 naar 7,8 per 1000 geboortes in 2015, naar 5,2 per 1000 in 2019. Nederland bleef hiermee nagenoeg op dezelfde positie, namelijk plek 28 in 2015. Echter zijn deze gegevens minder goed te vergelijken door eerder genoemde verschillen in perinatale registratie en beleid. Nederland heeft nu een middenpositie in Europa (EURO-PERISTAT, 2015 en 2019).