Hoofdstuk 2 van 8
In uitvoering

2. Hoeveel vrouwen bevallen thuis?

In deze paragraaf worden de Nederlandse bevalcijfers uit 2021 getoond, die verzameld worden door Perined (dit zijn de meeste actuele gegevens). Hierbij is het belangrijk om in het achterhoofd te houden dat dit de geregistreerde cijfers zijn waarbij:

  • Niet alle zorgverleners hun cijfers indienen;
  • Er soms registratiefouten worden gemaakt;
  • Sommige cijfers afhankelijk zijn van de interpretatie van de zorgverlener. Zo wordt bij een barende die graag pijnstilling ontvangt én waarbij de ontsluiting niet vordert, slechts één van deze twee indicaties geregistreerd;
  • Niet alle zwangeren onder zorg zijn bij een zorgverlener (en dus niet geregistreerd worden).

In 2021 is 97% van de bevallingen geregistreerd, als dit vergeleken wordt met het aantal geboren kinderen volgens het CBS.

De cijfers die in deze paragraaf worden getoond zijn van alle zwangeren die bevielen ná 37 weken zwangerschap van een éénling of een meerling. Ook zijn er alleen gevallen meegenomen in de cijfers waarvoor op drie momenten de verantwoordelijkheid van de zorg bekend was (Perined, 2022). Over het registratiejaar 2021 heeft Perined gegevens ontvangen van 147.547 levende kinderen geboren na 145.164 bevallingen.

Bevalcijfers niet eerder bevallen zwangeren (nullipara)

In 2021 beviel van de nullipara (na minimaal 24 weken zwangerschap):

In de onderstaande illustratie (cijfers afkomstig uit jaarboek Perined, 2022) is te zien hoeveel van de nullipara zorg in de eerstelijn en tweedelijn ontving.

De meest voorkomende reden voor verwijzing tijdens de zwangerschap en tijdens bevalling bij een nullipara (Perined, 2021)

Let op bij het interpreteren van de cijfers: dit is dus hoe vaak iemand werd verwezen met deze reden, niet hoe vaak het voorkomt. En, 100% is hierbij alle zwangeren die doorverwezen zijn, niet alle zwangeren (ongeacht of ze doorverwezen werden of niet). 

De doorverwijzingen tijdens de baring, zijn allemaal niet-urgente redenen waarbij de zwangere tijd heeft om met eigen vervoer naar het ziekenhuis te komen. In 2020 kwam bij 2,7% van de niet eerder bevallen vrouwen een urgente reden om te verwijzen tijdens de baring voor, en moest de zwangere per ambulance vervoerd worden (Perined, 2021)

Bevalcijfers eerder bevallen vrouwen (multipara)

In 2021 beviel van de multipara (na minimaal 24 weken zwangerschap):

In de onderstaande illustratie (cijfers afkomstig uit jaarboek Perined, 2022) is te zien hoeveel van de multipara zorg in de eerstelijn en tweedelijn ontving.

De meest voorkomende reden voor verwijzing tijdens de zwangerschap

Het grootste deel van de verwijzingen in de zwangerschap was vanwege een keizersnede bij een eerdere bevalling (20,6%). Dit verklaart mogelijk het hogere percentage verwijzingen tijdens de zwangerschap in vergelijking met nullipara. Andere redenen voor verwijzing tijdens de zwangerschap zijn:

Let op bij het interpreteren van de cijfers: dit is dus hoe vaak iemand werd verwezen met deze reden, niet hoe vaak het voorkomt. En, 100% is hierbij alle zwangeren die doorverwezen zijn, niet alle zwangeren (ongeacht of ze doorverwezen werden of niet). 

Zoals in bovenstaande illustratie te zien is, is het percentage verwijzingen tijdens de baring bij multipara veel lager dan bij nullipara (28,2% versus 66,9%). Mogelijk is een gedeelte hiervan te verklaren doordat het baringsproces bij multipara sneller verloopt dan bij nullipara. Ook is het mogelijk te verklaren doordat multipara door complicaties tijdens een eerdere baring al een medische indicatie hadden bij aanvang van de baring. Het percentage multipara die bij aanvang van de baring zorg in de eerstelijn kregen, ligt namelijk iets lager dan bij nullipara (47,8% versus 50,5%).