De bloedgassen zoals die in de navelstrengbloedgasanalyse worden bepaald kunnen ook binnen 1 uur na de geboorte bij de baby worden afgenomen.
Ook zijn er, naast de Apgarscore, andere specifieke scores die wat zeggen over de ernst/gradatie van asfyxie en een indicatie geven of behandeling middels therapeutische hypothermie is aangewezen: de Thompson-score (Thorsen et al., 2016). Zoals in de paragraaf Wat is asfyxie en wat is de behandeling? is besproken, wordt (in Nederland) de Thompson-score ingezet om de ernst van de asfyxie (encefalopathie) te bepalen en zo in te schatten of therapeutische hypothermie nodig is.
Daarnaast is er ook nog de Sarnat-score (Mrelashvili et al., 2020), maar die wordt in de Nederlandse richtlijn nu niet genoemd.
Andere diagnostische onderzoeken die ingezet kunnen worden zijn echo´s van de hersenen. EEG en MRI maken de (activiteit van) hersenen inzichtelijk, om zo een indruk te krijgen hoe deze functioneren en wat de ernst van beschadiging van de hersenen is (Walas et al., 2020). Om te spreken van de diagnose asfyxie wordt meestal een combinatie van alle bovenstaande tests gebruikt (Groenendaal et al., 2008).
Kortom, het zuur-base-evenwicht geeft inzicht voor het stellen van de diagnose asfyxie, maar:
- deze bepaling hoeft niet per se uit navelstrengbloed te zijn;
- kan ook alleen op indicatie (bijvoorbeeld lage Apgarscore, reanimatie, ondersteuning met ademhaling nodig) maximaal 1 uur na de geboorte bepaald worden direct bij de pasgeborene;
- de behandeling (therapeutische hypothermie) kan ook starten zonder dat de pH bekend is, maar bij bijvoorbeeld een afwijkende Apgarscore in combinatie met encefalopathie (bepaald door middel van Thompson-score).
