Volgens de NVOG (2013) heeft het aannemen van een andere houding tijdens de baring geen effect op het ontstaan van een ruptuur. Inmiddels weten we uit recentere onderzoeken dat dit wel degelijk effect heeft.
- Zo concluderen Meyvis et al. (2012) in hun onderzoek dat een bevalling in zijligging in vaker voor een gaaf perineum zorgde in vergelijking met een bevalling in rugligging: 45,9% versus 27,9%. Dit kwam niet doordat de zijligging zorgde voor minder rupturen, maar omdat in zijligging minder snel een episiotomie werd gezet.
- Gupta et al. (2017) vond dat vrouwen die verticaal baarden, 25% minder kans had op een kunstverlossing, 25% minder kans had op een episiotomie en 20% meer kans op een tweedegraadsruptuur. Een verticale houding kan worden gedefinieerd als zittend op een baarkruk, rechtop in een bevalbad, knielend/squattend, op een baarkruk, maar ook op handen en knieën.
- Ook de meta-analyse van Deliktas & Kukulu (2017) vonden gelijkwaardige resultaten.
- Het onderzoek van de Jonge et al. (2004) toonde geen verschil aan in de mate van ruptuur in rugligging of (semi)zittende houding.
In het artikel Baringshoudingen, paragraaf 7.3 worden de verschillende onderzoeken uitgebreid toegelicht. De samenvatting van deze onderzoeken luidt als volgt: Alle andere houdingen dan rugligging verkleinen waarschijnlijk het risico op een knip. Mogelijk is er wel een hoger risico op derde- en vierderaads rupturen in verticale houdingen, vooral op de baarkruk. Het grootste risico op een derde- en vierdegraads ruptuur lijkt er echter te zijn in rugligging met de benen in de beensteunen. Staand bevallen, zijligging en all fours lijken juist bescherming te bieden tegen rupturen, ook ernstige.

In de literatuur wordt er doorgaans onderscheid gemaakt tussen bevallen met of zonder epiduraal. Verticale baringshoudingen lijken geen effect op het ontstaan van een ruptuur te hebben wanneer de barende bevalt met een ruggenprik (Walker et al., 2012; Kibuka & Thornton, 2017). Wel gaf één van de onderzoeken aan dat in zijligging baren terwijl er niet actief geperst werd, het percentage van een intact perineum significant verhoogt (Walker et al., 2012).
Bevallen in bad
Naast dat bevallen in bad voor veel vrouwen een positief effect geeft op het pijnmanagement en de algemene ervaring van de baring, is uit niet-Europese onderzoeken gebleken dat bevallen in bad kan zorgen voor minder episiotomieën, vaker een intact perineum, mogelijk minder derde- en vierdegraadsrupturen maar wel meer eerste- en tweedegraadsrupturen (Nutter et al, 2014a). Ook kijken vrouwen positiever terug op hun badbevalling vergeleken met vrouwen die niet in bad zijn bevallen. Meer informatie lees je in het artikel ‘Badbevalling’.
Geciteerd en vertaald: ‘Significant meer vrouwen die van een bevalbad gebruik maakten, hadden een verticale positie, werd er een hands-off methode gebruikt en was er sprake van een fysiologische uitdrijving. Bij aanzienlijk minder vrouwen die voor het eerst bevielen werd er een episiotomie gezet en meer vrouwen hadden een tweedegraadsruptuur, zonder bewijs voor een verschil voor ernstige rupturen,’ (Henderson et al., 2014).
Een Zweedse studie naar badbevallingen vond juist een lager risico op tweedegraadsrupturen (Ulfsdottir et al, 2018). Uit een Portugees onderzoek bleek dat 57,8% van de vrouwen die in bad beviel geen ruptuur had of slechts een eerstegraadsruptuur. De onderzoekers adviseren om de mogelijkheden voor badbevallingen te verbeteren in gezondheidscentra gezien de positieve uitkomsten van het onderzoek (Camargo et al., 2018).

