Vanaf de jaren’ 60 en ‘70 kwam er steeds meer kritiek op de medische benadering van zwangerschap en geboorte. De tweede feministische golf, die plaatsvond aan het einde van de jaren zestig en in de jaren zeventig, vormde een brede heropleving van het feminisme en richtte zich op sociale, seksuele en economische gelijkheid. Actiegroepen als de Dolle Mina’s (1969) eisten het recht op abortus, zelfbeschikking over het eigen lichaam en een gelijkwaardige positie, waarmee seksuele veiligheid en baas in eigen buik centraal kwamen te staan. In Nederland ontstond er herwaardering voor de verloskundige eerstelijnszorg en thuisbevallingen, mede door het werk van onder andere vrouwenbewegingen zoals de Dolle Mina’s.
De invloed van de tweede feministische golf bleef niet beperkt tot theorie. Er veranderde ook daadwerkelijk iets in de praktijk van de geboortezorg.
Voor zwangeren en barende vrouwen betekende dit onder andere:
- Meer aandacht voor informed consent
Zorgverleners werden geacht uit te leggen wat ze deden en waarom, en vrouwen kregen meer ruimte om vragen te stellen of iets te weigeren. - Herwaardering van de rol van verloskundigen
De fysiologische benadering van zwangerschap en bevalling kreeg opnieuw erkenning, naast de medische. - Opkomst van alternatieven
Denk aan thuisbevallingen, geboortehuizen, en later ook aan doulazorg. Niet als “tegenreactie” op medische zorg, maar als aanvulling daarop. - Meer aandacht voor beleving
Bevallen werd niet alleen meer beoordeeld op uitkomst (een gezonde moeder en baby), maar ook op ervaring: hoe voelde de vrouw zich? Had zij regie? Voelde zij zich veilig?
