4. Hoe wordt de navelstrengbloedgasanalyse nu ingezet in Nederland en wat is de meerwaarde?
Zoals eerder aangegeven is op dit moment de navelstrengbloedgasanalyse de gouden standaard. Met name de pH komt daarbij naar voren als een significante onafhankelijke voorspeller van vroege complicaties (zoals hypoxisch-ischemische encefalopathie, opname op de NICU, insulten t.g.v. hersenschade, grotere kans op overlijden) bij de baby met asfyxie (Mahesh & Matli, 2021). De specificiteit en sensitiviteit van de navelstrengbloedgasanalyse voor het diagnosticeren van asfyxie zijn hoog en overtreffen vaak die van alleen Apgarscores, maar het combineren van beide maakt de diagnostische nauwkeurigheid nog beter (Kocabiyik & Salihoglu, 2024).
In welke situaties de navelstrengbloedgasanalyse wordt ingezet, is geen consensus over. Sommige ziekenhuizen zetten deze test in bij alle medische bevallingen, terwijl andere ziekenhuizen dit alleen op indicatie doen. Ook in de literatuur is hier geen consensus over.
Alleen op indicatie
- Een onderzoek over het gebruik van navelstrengbloedgasanalyse toonde bijvoorbeeld aan dat een lage navelstreng-pH-waarde bij pasgeborenen met een goede start, niet wijst op een verhoogd risico van nadelige resultaten als gevolg van asfyxie. De onderzoekers bevelen aan om alleen pH te bepalen bij bevallingen met risicofactoren die van invloed zijn op de bloedtoevoer naar de baby (bijvoorbeeld pijnstilling, hyperstimulatie van de baarmoeder, hypoperfusie van de placenta, abruptio placentae, navelstrengprolaps, bradycardie, langdurige uitdrijving en meerlingzwangerschappen) (Armstrong & Stenson, B., 2007).
- Dit wordt ondersteund door de nationale richtlijn in de UK, die concludeert dat navelstrengbloedgasanalyse alleen mag worden uitgevoerd als er zorgen zijn om de conditie van de baby tijdens of direct na de bevalling (NICE, 2017).
- The American College of Obstetricians and Gynecologists is ook voorstander van een selectieve benadering. Het college geeft aan dat een navelstrengbloedgasanalyse alleen moet worden toegepast in geval van een keizersnede bij foetale nood, lage apgarscore (≤6), ernstige groeiachterstand, abnormale foetale hartslag, maternale schildklierziekte, koorts tijdens de bevalling en meerlingzwangerschappen (ACOG, 2006).
Altijd
- Twee andere studies pleiten juist voor routinematige strategieën (Ahlberg et al., 2016; Thorp & Rushin, 1999). Zij geven aan dat je test beter in alle gevallen kunt doen. Wanneer je het namelijk alleen op indicatie doet, is de kans groter dat je het ‘vergeet’ af te nemen, ook in gevallen wanneer het wel nodig was. Ook geven zij aan dat het personeel bekwamer wordt in het verkrijgen van deze navelstrengbloedmonsters. Als laatste argument noemen ze de educatieve waarde: resultaten van deze test kunnen zorgverleners helpen wanneer zich na de geboorte onvoorziene problemen voordoen. Ook geeft het de zorgverleners inzicht in de interpretatie van monitoring tijdens de bevalling, zodat interventies veilig en effectief worden ingezet. De onderzoeken wijzen ook op incidentele gevallen van een lage pH bij pasgeborenen met een goede start, maar geven hierbij geen aanbevelingen welke behandeling dan nodig is (een baby met een goede start krijgt immers geen behandeling voor asfyxie).
- Een ander onderzoek dat pleit voor routinematige navelstrengbloedgasanalyse, toonde aan dat een lage pH (<7,12) bij de geboorte sterk is geassocieerd met Respiratory Distress Syndrome (RDS). Daarom beschrijven de onderzoekers een navelstrengbloedgasanalyse als een nuttig instrument om zorgverleners te ondersteunen in hun handelen op de verloskamer (De Bernardo et al., 2020).
- Sommige andere onderzoeken hebben aangetoond dat pasgeborenen met goede apgarscores evengoed een restrisico hebben op neonatale acidose, dat gepaard gaat met een hogere kans op nadelige uitkomsten. Ze doen verder geen uitspraak over of navelstrengbloedgasanalyse op indicatie of routinematig uitgevoerd dient te worden, maar adviseren wel om het potentiële nut van deze analyse verder te onderzoeken (Armstrong & Stenson., 2007; Sabol & Caughey 2016).
