Perineummassage kan ook tijdens de baring worden toegepast, zowel tussen de weeën door als tijdens het persen. De zorgverlener gebruikt hiermee zijn of haar vingers, brengt deze in de vagina in en maakt van links naar rechts een masserende beweging, waarbij er richting de anus wordt geduwd, om het perineum te rekken. In de verloskunde wordt dit ook wel ‘bekkenbodemsteun’ genoemd. Het woord massage is een eufemisme: massage impliceert iets wat prettig is, waar de meeste vrouwen dit als (zeer) onprettig ervaren.
- De KNOV (2012) stelt dat perineummassage tijdens de persfase bewezen effectief is. Uit onderzoek van Dekker (2022) is gebleken dat de studie waarop de stelling van de KNOV gebaseerd is, bestaat uit meerdere studies waarvan er een aantal onbetrouwbaar of zelfs frauduleus zijn. Eén van de studies die dit steunt (Aquino et al., 2020), is gedaan in een setting waar sprake is van een hoog percentage episiotomieën. Hierdoor is het niet zeker of dit bewijs toepasbaar is in settings met veel minder episiotomieën.
- Uit het Cochrane-review van Aasheim et al. (2017) kwam naar voren dat perineummassage de kans op een derde- of vierdegraadsruptuur verlaagt van 2,9% naar 1,4% en de kans op een episiotomie van 24,9% naar 13,7%. Echter het is de vraag of dit dóór de perineummassage komt, of doordat de zorgverlener ‘iets te doen heeft met zijn of haar handen’ om te voorkomen dat ze een episiotomie zetten.
Het belangrijkste aandachtspunt is dat perineummassage door de vrouw als erg vervelend en pijnlijk kan worden ervaren (Dahlen et al., 2015). Dit wordt in de onderzoeken niet bekeken. Ook kan perineummassage ook niet in iedere bevalhouding worden toegepast, wat dus betekent dat dit de keuzevrijheid/bewegingsvrijheid van de barende vrouw ook beperkt.
