2. Waarom wordt foliumzuur geadviseerd vooraf en tijdens het eerste trimester?
Het huidige advies
Naar aanleiding van diverse onderzoeken heeft de Voedingsraad in 1992 een advies over foliumzuur vanwege neurale buisdefecten uitgebracht (Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, 1993). In Nederland geldt nu het advies vanuit de Gezondheidsraad om vanaf vier weken voor de bevruchting tot tien weken na de eerste dag van de laatste menstruatie 400 microgram (0,4 milligram) foliumzuur in te nemen. Dit verkleint de kans op een kind met een neuraal buisdefect (NHG, 2011). Momenteel is de Gezondheidsraad bezig met een evaluatie en eventuele aanpassing van het advies voor zwangere vrouwen (RIVM, 2019).
Vrouwen met een duidelijk verhoogd risico op een kind met een neuraal buisdefect wordt geadviseerd om (vanaf vier weken tot bevruchting tot tien weken na de eerste dag van de laatste menstruatie) 5 milligram foliumzuur per dag te nemen. Dit zijn:
- vrouwen die zelf een neuraal buisdefect hebben;
- vrouwen die al een eerder kind met een neuraal buisdefect hebben gehad;
- vrouwen met een bewezen foliumzuurtekort (Prins et al., 2009, Lareb, 2021).
Verdere uitleg over het advies
Een tekort aan folaat kan zorgen voor een verstoorde celdeling, vooral in snel ontwikkelende cellen. Een baby ontwikkelt zich snel door middel van celdeling. Wanneer iets in deze celdeling niet goed verloopt, kunnen afwijkingen ontstaan. Eén van deze afwijkingen is een neuraal buisdefect; een rug of schedel die niet goed is dichtgegroeid. Voorbeelden van een neuraal buiseffect zijn: een spina bifida, schisis of een anencefalie.
In de eerste tien weken van de zwangerschap (gerekend vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie) vindt de aanleg van de baby plaats; de embryonale fase. In deze fase worden alle lichaamsonderdelen aangelegd. Tijdens de embryonale fase vindt ook de aanleg van de neurale buis plaats. De neurale buis vormt uiteindelijk de hersenen en het ruggenmerg; samen het centrale zenuwstelsel. Deze neurale buis sluit ongeveer bij zes weken zwangerschap. Bij een neuraal buisdefect gaat in dit proces iets mis, wat kan leiden tot afwijkingen (Botto et al., 1999). Wereldwijd worden jaarlijks zo’n 300.000 kinderen geboren met een neuraal buisdefect, dit komt neer op 0,2% van de geboortes. In Nederland was er in de periode 2003-2012 bij 7,7 op de 10.000 geboortes sprake van een neuraal buisdefect, dit is zo’n 0,07% (Zaganjor et al., 2016).
Sinds 1997 wordt in Nederland het percentage vrouwen dat foliumzuur gebruikt in kaart gebracht, net als het percentage neurale buisdefecten. Hier is te zien dat het percentage foliumzuurgebruik is gestegen en het percentage neurale buisdefecten is gedaald, zie figuur (RIVM, 2019). Deze grafiek toont overigens geen causaal verband aan; het toont dus niet aan dat foliumzuurgebruik de oorzaak is van het dalende percentage neurale buisdefecten. In paragraaf 3 wordt de onderbouwing van het advies verder uitgelegd.
