Foliumzuur en folaat staan beiden bekend als vitamine B11 (in de Verenigde Staten en België als vitamine B9). Foliumzuur is de synthetische vorm (gemaakt) en folaat is de natuurlijke vorm. Foliumzuur is te vinden in supplementen en voedingsmiddelen met extra vitamine B11. Folaat komt van nature voor in voedsel en wordt beter door het lichaam opgenomen dan foliumzuur (Zorginstituut Nederland, 2021). Folaat is een vitamine die onder andere aanwezig is in granen, rijst, zuivel en groenten, vooral groene bladgroenten (RIVM, 2019). Boerenkool, spinazie, rucola en snijbiet zijn natuurlijke bronnen van folaat (Tafuri et al., 2018).
Folaat is van essentieel belang voor DNA- en RNA-synthese en werkt mee aan de vorming van nieuwe cellen. Een tekort aan folaat zorgt voor een verstoorde celdeling in het hele lichaam. Vooral bij snel ontwikkelende cellen, zoals de voorlopers van rode bloedcellen. Bij een tekort aan folaat kan dus een tekort aan rode bloedcellen ontstaan, wat kan zorgen voor bloedarmoede (Widmaier et al., 2018). Folaat verlaagt daarnaast samen met vitamine B6 en B12 het homocysteïne-gehalte (Stichting Ortho Health Foundation, 2021). Homocysteïne is een lichaamseigen stof die in te grote hoeveelheden wordt geassocieerd met zwangerschapscomplicaties, hart en vaatziekten, obesitas, nierziekten, autisme en ADHD (Azzini et al., 2020).
Omzetting van foliumzuur naar de actieve vorm
Wanneer foliumzuur of folaat in het lichaam terecht komt via voeding, is het nog niet direct actief. Folaat (5,10-methyleentetrahydrofolaat) moet worden omgezet naar de actieve vorm 5-MTHF (5-methyltetrahydrofolaat). Het enzym MTHFR (methyleentetrahydrofolaatreductase) is betrokken bij deze omzetting.
Het is bekend dat sommige mensen een mutatie hebben in het MTHFR-gen. In het MTHFR-gen ligt de genetische code voor het MTHFR-enzym. Door deze mutatie kan folaat/foliumzuur bij temperaturen boven de 37 graden minder goed worden omgezet in 5-MTHF. Deze specifieke variant van het MTHFR-gen komt voor bij ongeveer 10-18% van de Westerse populatie (Heijmans et al., 1999). Door de mutatie kan mogelijk minder 5-MTHF worden gevormd en kan niet-gemetaboliseerd foliumzuur (UMFA) zich ophopen. Dit kan zowel de synthese van DNA/RNA als de methylering verstoren.
Wanneer er sprake is van meerdere defecten op dit gen, kan de activiteit van het MTHFR-gen met 60-70% verminderen. Dit is bij 5 tot 10% van de bevolking het geval. Dit zou kunnen leiden tot een minder effectieve opname van foliumzuur. Bij mensen met een defect op het MTHFR-gen is het innemen van folaat (in de vorm van 5-MTHF) effectiever dan foliumzuur. Dit komt omdat 5-MTHF rechtstreeks in de foliumzuurcyclus terecht komt en niet eerst hoeft worden omgezet (Tafuri et al., 2018; Vidmar Golja et al., 2020). Meer daarover lees je in paragraaf 4.
