Grofweg kunnen we twee persmethoden onderscheiden: intuïtief persen en geïnstrueerd persen. Beide leggen we hieronder kort uit.
Intuïtief persen
Bij intuïtief of spontaan persen volgt de barende haar lijf. De barende perst dan op gevoel, op het moment dat ze onhoudbare (reflectoire) persdrang heeft. Bij intuïtief persen perst de barende meestal op het hoogtepunt van de wee. Soms houdt ze kort haar adem in, maar het grootste deel van de wee zet ze haar adem niet vast. Hierbij ontstaat vaak geluid, bijvoorbeeld grommen of kreunen. De barende perst meestal drie tot vijf keer per wee, steeds vier tot zes seconden. Tussen het persen in ademt de barende één of meerdere keren. De aanwezige zorgverleners, bijvoorbeeld de verloskundige, gynaecoloog of doula, kunnen dit wel aanmoedigen (Lemos et al., 2017; Lee et al., 2019; Prins et al., 2011). Het idee is dat intuïtief persen de effectiviteit van het persen verhoogt en de moeder minder vermoeid raakt. Het persen buiten de reflectoire persdrang om, gedurende een groter deel van de wee, zou minder effectief zijn en de moeder sneller uitputten (Roberts, 2002).
Geïnstrueerd persen
Bij geïnstrueerd persen geeft de aanwezige zorgverlener de barende concrete instructies om actief te persen. De barende kan dit ook voor de bevalling zelf geleerd en geoefend hebben. De barende volgt hierbij dus niet (alleen) haar lichaam, maar gebruikt een aangeleerde techniek. De meestgebruikte techniek bij geïnstrueerd persen is de Valsalva-manoeuvre. Hierbij neemt de barende bij het begin van de wee een grote hap lucht, zet de adem vast en perst zo hard mogelijk. De barende perst dan ten minste drie keer tien seconden op een perswee (o.a. Yildirim & Beji, 2008; Bloom et al., 2006; Koyucu & Demerci, 2017; Lee et al., 2019; Lemos et al., 2017; Yao et al., 2022). De zorgverlener vertelt doorgaans wanneer de barende moet persen en ademen. Vaak geven ze de barende de instructie dat ze haar knieën moet optrekken tot de schouders, en dat ze haar rug bol moet maken met de kin op de borst. Geïnstrueerd persen is waarschijnlijk in de eerste helft van de twintigste eeuw gemeengoed geworden, met het idee dat het een al te lange persfase en medische interventies (zoals een vacuüm- of tanggeboorte of keizersnede) zou voorkomen (Yao et al., 2022; Lee et al., 2019).
Geboorte van het hoofdje
Zowel bij intuïtief als bij geïnstrueerd persen vertelt de zorgverlener de moeder meestal dat ze moet stoppen met persen als het hoofdje van de baby bijna geboren wordt. Het hoofdje wordt dan langzamer geboren, met de gedachte dat dit de kans op schade aan de bekkenbodem van de moeder verkleint (Tunestveit et al., 2018). Daarnaast kunnen andere interventies gebruikt worden om schade aan de bekkenbodem van de moeder te voorkomen, bijvoorbeeld een warme washand tegen het perineum van de moeder houden om de doorbloeding te verbeteren, continuïteit van zorgverlener en verschillende baringshoudingen. In het artikel ‘Ruptuur en episiotomie‘ beschrijven we deze interventies uitgebreid.
De geboorte van het hoofdje kan hands-off of hands-on worden begeleid. Volgens de hands-on-methode wordt de geboorte van het hoofdje met de handen begeleid: je leest hier meer over in het artikel ‘Ruptuur en episiotomie‘.