
Als er sprake is van een ruptuur die moet worden gehecht, kan in de meeste gevallen de verloskundige deze hechten. Dit gaat om eerste-, tweedegraads rupturen of een episiotomie. Hieronder vallen ook labiumrupturen en vaginawandrupturen. De verloskundige heeft de materialen om te hechten mee wanneer de vrouw thuis bevalt (zie ook: op welke situaties is een verloskundige allemaal voorbereid tijdens een thuisbevalling?) Ook als er sprake is van een poliklinische bevalling, zijn de materialen aanwezig.
Bij een derde- of vierdegraads ruptuur (of bij twijfel hierover) laat de verloskundige de arts meekijken. Deze ruptuur komt voor bij ongeveer 3 op de 100 vrouwen (zie ook: hoe vaak komt een ruptuur of episiotomie voor?). Wanneer er inderdaad sprake is van een diepere ruptuur dan draagt de verloskundige tijdelijk de zorg over aan het ziekenhuis en wordt de ruptuur met een spinaal of onder algehele verdoving gehecht op de operatiekamer. De keuze voor de verdoving gebeurt in overleg met de gynaecoloog. De overdracht van de zorg vindt plaats omdat het hechten van deze diepere rupturen buiten het handelen van een verloskundige valt volgens de VIL. (Zie ook: wat is de Verloskundige Indicatie Lijst (VIL)?). In sommige gevallen kan de gynaecoloog de ruptuur toch op de verloskamer hechten onder plaatselijke verdoving. Na het hechten kan een vrouw dezelfde dag vaak nog naar huis. Zij krijgt dan een nacontrole bij de gynaecoloog om het herstel te beoordelen.
Thuisbevalling
Het kan zijn dat een vrouw thuis bevalt, maar achteraf het advies krijgt om toch naar het ziekenhuis te verplaatsen voor het hechten. De baby en (geboorte-) partner gaan dan mee met eigen vervoer of in de ambulance. De ambulance is er om een vrouw liggend te kunnen vervoeren en maakt geen gebruik van sirenes en zwaailichten. Het verplaatsen naar het ziekenhuis heeft geen grote spoed zolang het bloedverlies na de bevalling normaal is; er is dus tijd voor het gouden uur en een eerste keer proberen om te voeden aan de borst. Voor het herstel van een diepe ruptuur is het belangrijk dat deze zorgvuldig wordt gehecht om klachten op korte, maar vooral lange termijn te voorkomen. Dit gaat om pijn maar ook incontinentie. Op Vraag de Vroedvrouw komt een apart artikel dat ingaat op incontinentie na de bevalling.
Kleine oppervlakkige rupturen (bijvoorbeeld eerstegraads- of ondiepe tweedegraads rupturen) hoeven soms niet gehecht te worden, als:
- Ze niet veel bloeden.
- De wondranden dicht en gecentreerd tegen elkaar aan liggen.
- De verloskundige of arts inschat dat de ruptuur vanzelf goed geneest.
Zie voor verdere onderbouwing: wat is de onderbouwing van hechten of niet hechten van een eerstegraads of tweedegraads ruptuur.
