Bij het hechten van een perineumwond na een bevalling wordt vaak lokale anesthesie gebruikt om pijn te verlichten en de vrouw meer comfort te bieden. De keuze van pijnstilling hangt af van de ernst van de wond, de voorkeur van de patiënt en de ervaring van de zorgverlener. Het hechten wordt door veel vrouwen als oncomfortabel of soms als pijnlijk ervaren, maar dit verschilt sterk per vrouw (zie ook het hoofdstuk: Wat is belangrijk voor vrouwen tijdens/rondom het hechten van het perineum?).
Wanneer wordt gekozen voor pijnstilling zijn de meest gangbare opties:
- Lokale anesthesie (Lidocaïne injectie)
Lidocaïne is de meest gebruikte lokale verdoving bij het hechten van rupturen. Het wordt vaak in de vorm van een injectie toegediend in het gebied in en rondom de wond. Lidocaïne blokkeert de zenuwsignalen, waardoor pijn tijdens het hechten wordt verminderd.
- Topische anesthesie (Lidocaïne spray)
In sommige gevallen wordt een verdovingsmiddel zoals lidocaïne-spray op de huid aangebracht, vooral als er sprake is van een oppervlakkige ruptuur. Dit kan helpen om het ongemak van het hechten te verminderen. Lidocaïne crème wordt in sommige landen ook toegepast bij het hechten. Ondanks de positieve effecten hiervan op duur van het hechten en tevredenheid van de vrouw (in vergelijking met lidocaïne injectie), wordt het gebruik hiervan in Nederland voor zover bekend niet toegepast (Abbas et al., 2018).
- Epidurale anesthesie
Epidurale anesthesie kan in sommige gevallen nog steeds effect hebben na de bevalling. Het plaatsen van een epiduraal ter pijnstilling voor alleen het hechten van een ruptuur wordt niet gedaan.
- Algehele narcose of spinale anesthesie
Als een ruptuur te diep is, wordt deze op de OK gehecht met een spinale verdoving of onder algehele narcose. Dit zodat de spieren volledig kunnen ontspannen bij het hechten. Een vrouw kan haar voorkeur uitspreken over de vorm van pijnstilling.
Hoewel lidocaïne in de meeste gevallen goed wordt verdragen, kunnen er bijwerkingen optreden, zoals pijn op de injectieplaats, blauwe plekken of zeldzame reacties zoals duizeligheid of tintelingen. Daarbij kan worden afgevraagd of een deel van deze bijwerkingen, met name pijn en blauwe plekken, voortkomt uit de aanwezigheid van een wond.
