6. Wat is het huidige beleid bij zwangerschapscholestase?
Zwangerschapscholestase is dus (hevige) jeuk in combinatie met een waarde van galzure zouten in het bloed van >10 μmol/l. Andere oorzaken van jeuk kunnen zijn: zwangerschapsdermatosen (huidafwijkingen die specifiek tijdens de zwangerschap ontstaan), allergische reacties, galstenen (NVOG, 2011). Als de jeuk aanhoudend is en er geen andere duidelijke oorzaak is, wordt geadviseerd om het gehalte galzure zouten binnen 1 à 2 weken opnieuw te onderzoeken.
Het advies vanuit de richtlijn van de NVOG (2024) is om bij zwangerschapscholestase de zorg over te dragen naar de tweedelijn. Hieronder staan de mogelijke behandelingen beschreven. In de volgende paragraaf wordt gekeken naar de onderbouwing van de voorgestelde behandelingen.
Behandeling
De behandeling van de zwangere is gericht op comfort dus op het verminderen van de jeuk. Dit kan op verscheidene manieren (of een combinatie):
- Lokaal: Koelzalf FNA, lotio alba FNA en levomentholcrème 1% FNA of gel 1% FNA, lidocaïne-levomentholgel 1/1% FNA, zijn veilige middelen in de zwangerschap.
- Ursodeoxycholzuurtabletten (Ursochol of Ursofalk): startdosering 10 mg/kg/dag en zo nodig te verhogen naar maximaal 20 mg/kg/dag. Dit is het meest gebruikt en onderzochte medicijn bij zwangerschapscholestase.
- Colestyramine: niet geregistreerd voor zwangerschapscholestase maar wel voor jeuk.
- Dexamethason: geen eerste keus behandeling en terughoudendheid wordt geadviseerd (lijkt bij zwangeren van Aziatische of Zuid-Amerikaanse afkomst beter te werken dan Ursochol).
- Antihistaminica (bijvoorbeeld hydroxyzinetabletten 25-50 mg per/dag), vanwege het sedatieve effect kan dit bijdragen aan nachtrust, er is geen significant effect op de jeuk beschreven.
- Vitamine K: 1 maal daags 10 mg bij ontkleurde ontlasting, colestyraminegebruik of een afwijkende bloedstolling (specifiek: bij een verlengde protrombinetijd) (NVOG, 2011).
Het advies is om een actief beleid te voeren, dat houdt in:
- Het in de gaten houden van de galzure zouten (dus regelmatig opnieuw bloedprikken om de galzure zouten te bepalen, er wordt geen frequentie genoemd).
- Tijdens de baring de conditie van de baby bewaken met het CTG in verband met het verhoogde risico op asfyxie.
- Inleiden:
- Het advies is om inleiden bij 39 weken te bespreken met zwangeren die een waarde van galzure zouten van 10-39 umol/L hebben;
- Het advies is om inleiden bij 38 weken te bespreken met zwangeren die een waarde van galzure zouten van 39-99 umol/L hebben;
- Het advies is om een inleiding bij 36 weken aan te bieden aan zwangeren die een waarde van galzure zouten van 100 umol/L of hoger hebben.
Lees meer over inleiden in het artikel Inleiden van de bevalling.
