Er zijn verschillende soorten stuitligging, afhankelijk van hoe de benen en voeten van de baby liggen ten opzichte van de billen:
- Onvolkomen stuitligging (frank breech): de heupen zijn gebogen, de knieën gestrekt. De benen liggen langs het lichaam (72,9%).
- Volkomen stuitligging (complete breech): zowel de heupen als de knieën zijn gebogen. De voeten liggen bij de billen (9,4%).
- Half (on)volkomen stuitligging: de heupen zijn gebogen, maar één been is gestrekt en het andere gebogen in de knie. Dit is een combinatie van een onvolkomen en een volkomen stuitligging (7,6%).
- Voetligging (incomplete of complete breech): de baby staat in de baarmoeder (11,2%).
- Knieligging: de baby staat op zijn knieën in de baarmoeder (0,7%).





Het kan soms moeilijk zijn om de vormen van elkaar te onderscheiden. In onderzoeken en literatuur worden de termen niet altijd hetzelfde gebruikt. Zo worden volkomen stuitligging en voetligging soms door elkaar gehaald, omdat bij beide posities de voeten bij de billen kunnen liggen. Bij inwendig onderzoek is het daardoor lastig om precies te zien welke vorm het is. De NVOG (2008) maakt een onderscheid door de voetligging (incomplete breech) te definiëren als één of beide voeten onder de stuit, terwijl bij volkomen stuitligging de voeten naast de billen liggen en de knieën gebogen zijn. In de praktijk en in veel onderzoeken wordt dit verschil vaak niet gemaakt, waardoor beide vormen soms als complete breech (volkomen stuitligging) worden geregistreerd.
Ook wisselt een baby vaak van houding. Een baby kan tijdens de zwangerschap in een onvolkomen stuitligging liggen en tijdens de bevalling bijvoorbeeld een voet onder de billen doen of een andere houding aannemen. De ligging is dus niet altijd vast en kan gedurende de zwangerschap veranderen.
