6. Welke soorten hechtmateriaal bestaan er en wat is daarbij de onderbouwing?
Bij het hechten van een perineumruptuur is het essentieel om niet alleen een passende hechttechniek toe te passen, maar ook zorgvuldig het juiste type hechtdraad te kiezen. Idealiter moet het hechtdraad het weefsel (voor bepaalde tijd) goed bij elkaar houden en weinig reactie in het weefsel veroorzaken. Verloskundigenpraktijken en ziekenhuizen kopen zelf hun hechtdraad in en kiezen daarbij welk hechtdraad zij inzetten bij het hechten.
De hechtdraad types en hun eigenschappen:
- Catgut is een soort oplosbare hechtdraad die oorspronkelijk werd gemaakt van de darmen van schapen of geiten. Het wordt al eeuwenlang gebruikt voor medische doeleinden, vooral voor interne hechtingen. Catgut is natuurlijk oplosbaar, wat betekent dat het door het lichaam wordt afgebroken na verloop van tijd, waardoor er geen hechtdraad meer verwijderd hoeft te worden. Hoewel catgut vroeger veel werd gebruikt, is het tegenwoordig vaak vervangen door synthetische oplosbare hechtdraden (zoals polyglactine of poliglecaprone).
- Monofilamenten zijn hechtdraden die uit één enkele draad bestaan. Ze zijn gladder en minder vatbaar voor infecties, omdat bacteriën zich minder makkelijk kunnen hechten aan de gladde oppervlakte. Monofilamenten kunnen goed spanning dragen, maar kunnen moeilijker te hanteren zijn, omdat ze minder flexibel zijn en meer kans hebben om te breken tijdens het hechten. Poliglecaprone (MONOCRYL) en polyglyconaat (Maxon) zijn voorbeelden hiervan.
- Multifilamenten zijn hechtdraden die uit meerdere dunne draden bestaan die samen gevlochten zijn. Multifilamenten zijn vaak soepeler en makkelijker te gebruiken dan monofilamenten, maar ze hebben een grotere kans om bacteriën vast te houden, wat potentieel eerder kan leiden tot infecties. Aan de andere kant bieden ze vaak een betere grip bij het hechten en zijn ze makkelijker te hanteren. De draden die gebruikt worden zijn polyglycolzuur [Dexon] en polyglactine 910 (VICRYL en VICRYL RAPIDE). VICRYL en VICRYL RAPIDE worden voornamelijk gebruikt door de verloskundigen uit de eerste lijn.
Dikte van het hechtdraad
De 2-0 of 3-0 verwijst naar de dikte van de hechtdraad. Het getal vóór de “0” geeft de grootte van de hechtdraad aan, waarbij een hoger getal een dunnere draad betekent en een lager getal een dikkere draad.
- 0 is een standaardmaat voor hechtdraden.
- 2-0 betekent een draad die dikker is dan 3-0.
- 3-0 betekent een draad die dunner is dan 2-0.

Verschil tussen VICRYL en VICRYL RAPIDE
Het verschil tussen VICRYL en VICRYL RAPIDE zit in de duur van de oplosbaarheid. VICRYL RAPIDE lost namelijk sneller op (42-56 dagen), terwijl VICRYL (regulier) trager oplost (56-70 dagen). VICRYL RAPIDE is daarmee geschikt voor oppervlakkige hechtingen, terwijl VICRYL meer geschikt is voor diepere hechtingen of bij weefsels die langere tijd ondersteuning nodig hebben zoals diepere rupturen.
Omdat monofilament hechtdraden minder bacteriële besmetting veroorzaken en mogelijk minder kans op infectie geven, worden ze vaker gebruikt. Volgens deze bevindingen, in lijn met de richtlijnen van de ACOG, kunnen 2-0 of 3-0 polyglactine of poliglecaprone worden gebruikt voor eerstegraads rupturen, en 2-0 of 3-0 polyglactine voor tweedegraads rupturen. Hoewel snel oplosbare hechtouwing uit onderzoek
Een Cochrane-review van Kettle, Dowswell en Ismail (2010) onderzochten 18 studies die catgut, standaard synthetische (multifilamenten en monofilamenten) en snel oplosbare synthetische hechtdraden vergeleken bij het hechten van perineumrupturen. Het gebruik van catgut in plaats van standaard synthetische multifilamenten was geassocieerd met meer pijn: vrouwen die met synthetisch hechtdraad zijn gehecht hadden 17% minder kans op pijn binnen 3 dagen na de bevalling dan vrouwen gehecht met catgut. Daarnaast moesten 15 van de 1201 vrouwen gehecht met catgut opnieuw worden gehecht, tegenover 3 van de 1201 in de groep met synthetisch hechtmateriaal. Bij standaard synthetisch hechtdraad daarentegen was het vaker nodig om onopgeloste hechtdraden te verwijderen. Er waren geen significante verschillen in pijn of wondgenezing op korte of lange termijn tussen standaard multifilamenten, snel absorberende multifilamenten en monofilamenten.
In de praktijk
Bij het kiezen van hechtdraad voor perineumrupturen wordt synthetisch oplosbaar materiaal (zoals polyglactine of poliglecaprone) vaak verkozen boven catgut. Dit komt door de lagere kans op pijn, betere oplosbaarheid en het verlaagde risico op infecties. De uiteindelijke keuze is afhankelijk van het type ruptuur, de voorkeur van de zorgverlener en de beschikbare materialen op de verloskamers en in de vroedvrouwenpraktijk.
