Het herstel na een ruptuur is zeer uiteenlopend. Het ongemak of pijn verschilt sterk per vrouw. Over het algemeen geldt dat hoe oppervlakkiger de ruptuur is, hoe minder last er wordt ervaren rondom het herstel. Een ondiepe ruptuur herstelt binnen een aantal dagen tot weken (vaak maximaal 6 weken). Diepe rupturen vergen vaak een langdurig herstel (tot een aantal maanden). Ongeacht de graad van de ruptuur, kun je de volgende dingen verwachten met betrekking tot het herstel na een ruptuur:
- Pijn en gevoeligheid: vooral tijdens zitten, lopen of plassen, meestal in de eerste paar dagen tot weken.
- Zwelling en blauwe plekken: rond het perineum en de labia.
- Beperkte mobiliteit: vooral bij ernstigere rupturen kan bewegen ongemakkelijk zijn.
- Hematoomvorming: bij sommige vrouwen ontstaat er onder de huid een bloeding rondom het gebied van de ruptuur. Dit komt door beschadigde bloedvaten ontstaan tijdens de bevalling of bij het hechten. Een hematoom kan dezelfde klachten geven als hierboven genoemd en herstelt vanzelf.
De kraamzorg en verloskundige houden het herstel van de ruptuur in de gaten in de kraamperiode. Zij geven ook extra advies op maat en tips om het herstel te bespoedigen. Het kan zijn dat je bij het herstel nog aanvullende adviezen krijgt nadat de verloskundige zorg is afgerond, zoals fysiotherapie en of beddenbodemtherapie.
Wat ondersteunt het natuurlijk herstel en werkt pijnstillend:
- Koelen met coldpacks: dit vermindert de zwelling van een wond en verlicht pijn. Dit kan niet te lang: max 15-20 minuten en niet rechtstreeks op de wond maar altijd met iets ertussen.
- Spoelen: voorkomt infecties en vermindert prikkend gevoel bij het plassen. Dit kan tijdens en of na het plassen met een fles water of een speciale spoelfles (peribottle). Spoelen met kamillewater kan ook als prettig worden ervaren. Zie voor verdere homeopathische middelen en hun toepassing: Welke alternatieven zijn er en wat is de onderbouwing?
- Rust: veel lopen en bewegen heeft een nadelig effect op het wondherstel. De wond herstelt beter wanneer zitten en liggen worden afgewisseld in de eerste periode na de bevalling
- Vezelrijke voeding en voldoende vochtinname: indirect helpt dit het wondherstel omdat obstipatie en daarmee druk zetten bij ontlasting wordt voorkomen of vermindert
- Pijnmedicatie zoals paracetamol is onderzocht in combinatie met borstvoeding en kan veilig worden gebruikt (Lareb, 2025). Ibuprofen is een tweede keuze als pijnstiller in de kraamperiode, maar kan ook ontstekingsremmend werken als er sprake is van een ontsteking van de wond (Lareb, 2025; Walter & Digler, 1997). Pijnbestrijding wordt altijd in overleg met de verloskundig hulpverlener en kraamzorg geadviseerd.
Wat belemmert of vertraagt het herstel:
- Langdurig zitten op harde oppervlakken of juist niet zitten op de wond: lang zitten op de wond zorgt voor een toename van druk en vermindert de doorbloeding. De wond te veel ontzien door te zitten op een donutkussen of op een bil helpt ook niet bij het wondherstel doordat er meer zwelling kan ontstaan en de doorbloeding ook minder is.
- Toepassen van zitbaden: dit verweekt de huid van de wond wat het wondherstel niet bevordert. Ook kunnen zitbaden het risico op infectie vergroten.
- Gebruik van zeep of vochtig toiletpapier met parfum: dit kan zorgen voor irritatie van de huid rondom de ruptuur en de ruptuur zelf.
- De wond te veel afsluiten: een wond heeft namelijk zuurstof nodig om te helen. Door het constant afsluiten van de wond met luierbroekjes of maandverband kan de wond gaan broeien. Daarom is het slim om de wond goed te laten luchten, bijvoorbeeld tijdens het rusten op bed.
Verwijderen van hechtingen

In de meeste gevallen hoeft de verloskundige de hechtingen niet te verwijderen, omdat oplosbare hechtdraden vanzelf verdwijnen. Is de wond al eerder goed genezen en ontstaat er opnieuw pijn, irritatie en of ongemak dan kan de verloskundige in overleg de hechtingen weghalen. Dit kan ook nog later in de tijd, als er toch klachten ontstaan. In veel praktijken wordt 6 weken na de bevalling nog een controle gepland op de praktijk van je verloskundige. Tijdens deze nacontrole kijkt de verloskundige naar het herstel van de ruptuur, als dit gewenst is. Als er eerder klachten of twijfels zijn over het herstel van de wond dan kan dit overlegd worden met de verloskundige of verderop in de tijd met de huisarts. Wanneer er sprake was van een derde of vierdegraads ruptuur, dan begeleidt het ziekenhuis de nazorg.
