Er zijn verschillende hechttechnieken die worden toegepast, afhankelijk van de aard en diepte van de ruptuur en de ervaring van je zorgverlener. Er wordt bij het hechten gebruik gemaakt van een naald met daaraan een oplosbare hechtdraad. Het hechtdraad wordt door het weefsel geregen en aan het einde van het hechten afgeknoopt en kort afgeknipt. Onderstaande technieken worden toegepast:

Bij het hechten van een eerste- of tweedegraadsruptuur:
– Doorlopende hechten (continu hechten)
- Een enkele, doorgaande hechtdraad wordt gebruikt om de wond in één keer te sluiten.
- Voordelen: kortere duur van het hechtproces en minder pijn, minder gebruik van pijnstillers na de bevalling en minder noodzaak tot het verwijderen van hechtingen (Kettle et al., 2012). Zie ook hoofstuk 5 voor de onderbouwing van hechtmethoden
- Deze techniek wordt vaak toegepast bij tweedegraads rupturen en episiotomieën.
– Losgeknoopt hechten (intermitterend hechten)
- Meerdere afzonderlijke hechtingen worden in het weefsel geplaatst, elk met een eigen knoop.
- Voordelen: biedt meer controle bij het sluiten van complexe of onregelmatige wonden.
- Nadeel: kan meer tijd kosten en mogelijk meer ongemak/ pijn veroorzaken.
- Deze techniek wordt vaak toegepast bij een kleine, ondiepe ruptuur (vaak eerstegraads) waarbij een klein aantal hechtingen nodig zijn om de wond te laten sluiten.
Specifiek voor het hechten van de huid:
– Subcutane hechting
- De hechtdraad wordt onder de huid geplaatst, waardoor de hechtingen niet zichtbaar zijn.
- Er wordt in sommige gevallen gebruik gemaakt van een andere (dunnere) draad en naald dan het materiaal voor de vaginawand en de spierlagen, maar dit verschilt per zorgverlener.
- De techniek wordt vaak gebruikt voor het sluiten van de huidlaag na het hechten van diepere weefsels.
- Voordelen: minder irritatie en pijn.
In sommige gevallen kan er een combinatie van hechttechnieken worden toegepast, bijvoorbeeld: doorlopend hechten van de vaginawand en de spierlaag en subcutaan hechten van de huid. Deze afweging maakt de verloskundig hulpverlener aan de hand van de soort ruptuur.
Bij een diepere ruptuur (derde- of vierdegraads):
– End-to-end techniek
- De uiteinden van een gescheurde spier, zoals de anale sfincter (kringspier) bij een derde- of vierdegraads ruptuur, worden direct aan elkaar gehecht.
- Deze techniek is effectief voor het herstellen van de anatomie en functie van de spier.
– Overlappende techniek (overlapping suture)
- De uiteinden van de gescheurde spier worden over elkaar heen gelegd en vervolgens gehecht.
- Sommige onderzoeken laten zien dat de overlappende hechtingstechniek betere resultaten kan geven bij het functieherstel van de anale kringspier, maar wanneer het gaat om het hechten van een totaalruptuur na de bevalling, is er nog geen duidelijk bewijs dat de overlappende techniek beter is dan andere hechtingstechnieken (Kennisinstituut van de Federatie Medisch Specialisten, 2016).
In dit artikel ligt de focus op eerste- en tweedegraadsrupturen en episiotomieën.
