Tijdens een vaginale bevalling kunnen er kleine of grotere scheurtjes (rupturen) ontstaan in de huid en het spierweefsel rond de vagina en het perineum (het gebied tussen de vagina en de anus). Na de geboorte van de baby en de placenta wordt door de zorgverlener die de bevalling heeft begeleid, het perineum geïnspecteerd. Hierbij kijkt zij/hij of er sprake is van een ruptuur, wordt de diepte van de ruptuur ingeschat en kijkt verloskundige of het verstandig is om de ruptuur te hechten. In hoofdstuk 4 wordt er verder ingegaan over het wel of niet-hechten van eerste en tweedegraadsrupturen.
Onderdeel van de inspectie is het met de vingers spreiden van de labia en de bekkenbodemspieren. Daarnaast kan de verloskundige een rectaal onderzoek uitvoeren waarbij een vinger in de anus wordt ingebracht om te zien of de kringspier intact is. Het doel van een rectaal toucher is het opsporen van obstetrisch anaal sfincterletsel (OASIS), zoals derde- en vierdegraads rupturen, die gemist kunnen worden bij inspectie met alleen het blote oog. Het niet-herkennen van deze diepe ruptuur kan leiden tot ernstige complicaties, waaronder incontinentie van ontlasting. Hoewel er momenteel geen direct wetenschappelijk bewijs is dat de waarde van een rectaal toucher bij het beoordelen van perineumrupturen na de bevalling aantoont, bevelen zowel Nederlandse als internationale richtlijnen het standaard uitvoeren van een rectaal toucher aan na elke vaginale bevalling.
Het uitvoeren van een rectaal toucher en het hechten van een perineumruptuur gaat altijd in overleg tussen de zorgverlener en de vrouw.
Het doel van hechten is om:
- De wondranden bij elkaar te brengen zodat de huid en de onderliggende lagen dicht en goed tegen elkaar liggen om herstel te versnellen.
- Bloedverlies te stoppen door het sluiten van kleine bloedvaatjes die tijdens de bevalling zijn gescheurd.
- Infecties te voorkomen. Een open wond is namelijk kwetsbaarder voor bacteriën; door te hechten wordt de kans op infectie kleiner.
- De anatomie te herstellen zodat het perineum (en de spieren eronder) weer goed kan functioneren. Dit is belangrijk voor het plassen, het hebben van ontlasting en seksuele activiteit.
- Pijn en klachten op lange termijn te beperken. Zonder goede genezing kunnen er pijnlijke littekens, incontinentieproblemen of seksuele klachten ontstaan.
