4. Wat is het beleid bij een parvovirus B19-infectie in de zwangerschap?
Er is geen behandeling van een infectie met Parvovirus B19 in de zwangerschap mogelijk. Ook is er geen profylaxe beschikbaar om een besmetting te voorkomen. De enige mogelijkheid bij een parvovirus B19-infectie in de zwangerschap is het opvolgen van de gezondheid van de zwangere en de baby, ofwel het achterhalen en – waar mogelijk behandelen – van eventuele complicaties.
Een parvovirus B19-infectie wordt meestal opgemerkt doordat:
- Een zwangere symptomen heeft;
- Of antistoffen zijn bepaald in tijde van een epidemie (zie volgende alinea);
- Of op een echo een hydrops foetalis bij de baby is gezien.
Het bepalen van antistoffen wordt alleen aangeraden als er een reëel risico is geweest, de LCI-richtlijn omschrijft dit als volgt:
- “de zwangere is in de eerste 20 weken van de zwangerschap en
- heeft een kind met erythema infectiosum (de voor het parvovirus typerende rode huiduitslag) in het gezin of
- de zwangere heeft zelf symptomen passend bij parvovirus B19-infectie.
Indien er sprake is van een (mogelijke) besmetting met het Parvovirus B19 kan een antistofbepaling worden aangeboden, gevolgd door een counseling ten aanzien van de risico’s voor de foetus.” (LCI, 2000).
Interpreteren van de antistofbepaling
IgM-antistoffen zijn aantoonbaar in het bloed vanaf 1-2 weken na de besmetting, pieken zo’n 28 dagen na de besmetting met het parvovirus B19 en zijn na 2-6 maanden niet meer zichtbaar in het bloed. Echter, IgM-antistoffen zijn in 30% van de gevallen vals-negatief. Dit betekent dat wanneer dat er geen IgM-antistoffen aanwezig zijn, dit niet betekent dat er geen recente infectie is.
IgG-antistoffen verschijnen een paar dagen na de IgM-antistoffen en blijven (waarschijnlijk) levenslang aanwezig.
In de LCI-richtlijn wordt het beleid bij een (vermoeden op) besmetting met het parvovirus B19 als volgt omschreven:
- Als er minder dan 2 weken geleden een besmetting plaatsvond: bepaal alleen IgG-antistoffen.
- IgG-positief: beschermd
- IgG-negatief: herhaal IgM over 2 weken
- 2 weken tot 2 maanden na de besmetting: bepaal IgG en IgM, zie stroomschema
- Langer dan 2 maanden na besmetting: IgG en IgM. Nu kan niet meer met zekerheid worden aangetoond dat iemand beschermd is.
- alleen IgG = beschermd of recente infectie waarbij IgM alweer verdwenen is
- alleen IgM = mogelijk acute infectie, overleg met microbioloog
- IgM en IgG = acute infectie
- beide negatief = niet beschermd, geen infectie aantoonbaar; eventueel herhaling IgM (LCI, 2000).

* Met behulp van een PCR-test kan DNA van het parvovirus B19 worden gedetecteerd, meestal wordt dit gedaan bij de zwangere, maar het zou ook in het vruchtwater of foetaal bloed kunnen worden onderzocht. Goed om te weten: na een acute infectie kan ook bij gezonde personen parvo B19 DNA nog jarenlang in lage concentraties aantoonbaar blijven in bloed en weefsels zonder verdere klinische symptomen.

Bij een bewezen infectie kan gedurende 12 weken (vanaf moment van infectie) elke week echoscopisch onderzoek verricht worden om een eventuele anemie en hydrops foetalis tijdig op te sporen. Hierbij wordt specifiek gelet op:
- Hoeveelheid vruchtwater en bewegingen van de baby;
- Grootte van het hart (als dit vergroot is kan het een teken zijn van anemie);
- Dopplermeting arterie cerebri media (als de bloedstroomsneldheid toeneemt kan dit een teken zijn van anemie);
- Tekenen van hydrops foetalis: vochtophoping huid en/of buik en/of borst.
Meer over de behandeling van een hydrops foetalis lees je op de website van het Leids Universitair Medisch Centrum.
