Goed om te weten voordat je verder leest: vrijwel alle richtlijnen (in Nederland en buitenland) zijn behoorlijk verouderd. De verschillende percentages lopen vaak behoorlijk uiteen in de richtlijnen en onderzoeken. Ik heb ervoor gekozen om de percentages van het grootste prospectieve studie van Enders et al. (2004) aan te houden. Dit onderzoek is ook relatief oud: het vond plaats in de jaren ’90 onder 1018 zwangeren met een parvovirus B19-infectie.
Kans op besmetting
Ongeveer 30-40% van de zwangeren heeft in haar leven geen besmetting met parvovirus B19 doorgemaakt en heeft dus geen antistoffen tegen parvovirus B19. De LCI-richtlijn (2000) beschrijft: Aangenomen wordt dat ongeveer 1% van alle zwangere vrouwen tijdens de zwangerschap een infectie met parvovirus B19 doormaakt.
Andere onderzoeken gaan uit van 1 tot 1,5%. Uit een Nederlands onderzoek uit 2006 bleek dat 2,4% van de zwangeren zonder antistoffen tegen parvovirus B19 in de zwangerschap een besmetting opliep (van Gessel et al., 2006). In een epidemische periode kan dit oplopen tot 13 tot 13,5% (Enders et al., 2004).
Symptomen
Bij 30-70% van de zwangeren verloopt een besmetting met parvovirus B19 asymptomatisch (LCI, 2000; SCOG, 2010, Dittmer et al., 2024). In de prospectieve evaluatie van Enders et al. (2004) had 70% van de zwangere geen symptomen. Als er symptomen optreden, zijn dit meestal gewrichtsklachten, die enkele weken tot maanden kunnen aanhouden. (Dittmer et al., 2024).
Diagnostiek
Meer over de diagnostiek in het hoofdstuk: ‘Wat is het beleid bij een (vermoeden op) parvovirus B19-infectie in de zwangerschap?’.
Kans op overdracht via de placenta
Parvo B19 kan transplacentair worden overgedragen van de zwangere op haar baby, ook wel verticale transmissie genoemd. Ook hier lopen de cijfers uiteen:
- 17-33% kans op verticale transmissie volgens Dittmer et al. (2024) die dit baseert op een onderzoek uit 1990;
- 30% kans op verticale transmissie volgens Draskovic et al., 2012).
Een besmetting met het parvovirus B19 bij de zwangere leidt dus in minimaal 2/3 van de gevallen niet tot een parvovirus B19 besmetting bij de baby.
