Het parvovirus B19 is een enkelstrengs DNA-virus dat voornamelijk aerogeen wordt overgedragen, door bijvoorbeeld hoesten, niezen of praten. Ook door hand-mond contact en bloedtransfusie kan het virus worden overgedragen. In de zwangerschap is verticale transmissie (overdracht van moeder op baby) mogelijk, meer hierover in het hoofdstuk ‘Parvovirus B19-infectie in de zwangerschap’.
De infectie die het parvovirus veroorzaakt wordt in de volksmond ook wel ‘de vijfde ziekte’ genoemd.
Het virus wordt met name overgedragen bij langdurig contact, de LCI-richtlijn beschrijft de volgende kans op besmetting:
“Bij gezinscontact wordt 50% van de niet-immune gezinsleden geïnfecteerd. Bij epidemieën op scholen en in kindercentra zijn attack rates van 10 tot 60% beschreven. Bij epidemieën in ziekenhuizen zijn onder het personeel attack rates tot 30% beschreven.” (LCI, 2000).
Om de 3-5 jaar komt er een parvovirus B19-epidemie voor. Tijdens een epidemie is:
- 10% onder de 5 jaar oud;
- 70% is tussen de 5 tot 15 jaar oud;
- en 20% is boven de 15 jaar (KIZA, 2024).
Zo’n 60-70% van de volwassenen heeft een infectie met parvovirus B19 doorgemaakt in het verleden (meestal als kind). Na het doormaken van ‘de vijfde ziekte’ is men levenslang immuun (LCI, 2000; SOGC, 2010).
Algemeen beloop & symptomen
- Na besmetting treedt meestal na 1 week (spreiding 4 – 14 dagen) viremie op. Viremie betekent simpelweg dat het virus in het bloed aanwezig is. Vanaf dat moment kan de persoon andere mensen besmetten.
- De viremie houdt enkele dagen tot een week aan, dit wordt ook wel de prodromale fase genoemd. Dit uit zich in een kort, mild, niet-specifiek ziektebeeld dat bestaat uit koorts, malaise, spierpijn, hoofdpijn en jeuk (LCI, 2000).
- Aan het eind van deze fase kunnen specifieke symptomen optreden:
- Huiduitslag: een vlekkig vlindervormige rode uitslag die begint in het gezicht. Dit wordt ook wel ‘slapped cheeks’ of appelwangen genoemd. De rode waas kan zich uitbreiden over de rest van het lichaam. De uitslag verdwijnt meestal binnen een week, maar kan 3 weken lang nog terugkomen als reactie op warmte, kou, inspanning of stress.
- Gewrichtsklachten: bij 5-10% van de kinderen treden gewrichtsklachten op, terwijl bij vrouwen dit vaak juist op de voorgrond staat, soms als enige klacht. De gewrichtsklachten kunnen bestaan uit stijfheid en pijn, soms lijkt het op een beginnende artritis. De gewrichtsklachten kunnen 1-3 weken aanhouden. 20% van de vrouwen heeft enkele maanden gewrichtsklachten met uitzonderingen tot 2 jaar (LCI, 2000).
- In deze fase zijn IgM antistoffen zichtbaar in het bloed (dit wordt verder uitgelegd bij ‘Beleid bij parvovirus B19-infectie in de zwangerschap’).
(LCI, 2000; Giorgio, 2010; SOGC, 2010).
Ernstige complicaties kunnen optreden bij mensen met chronische anemie (sikkelcelanemie of thalassemie) of bij mensen met een HIV-infectie of andere aandoeningen van het immuunsysteem. Meestal gaat het dan om een aplastische crisis: een ernstige en plotselinge daling van het hemoglobinegehalte (Dittmer et al., 2024).
