Een venapunctie is een ander woord voor het afnemen van bloed vanuit een ader: de vene.
Hiervoor wordt de ader aangeprikt met een holle naald: dit is de punctie. 

Waarom een venapunctie?

Het doel van de venapunctie is om het bloed te gebruiken voor onderzoek. Hiervoor wordt het bloed naar het laboratorium gestuurd. De zwangere krijgt op een aantal momenten tijdens de zwangerschap bloedonderzoek aangeboden. Dit onderzoek heet de Prenatale Screening Infectieziekten en Erytrocytenimmunisatie (PSIE). 

Hoe gaat een venapunctie?

De venapunctie wordt meestal in de elleboogholte gedaan. Op deze plek is de vene makkelijk aan te prikken en is de punctie het minst pijnlijk. De zorgverlener brengt een stuwband aan om de bovenarm en vraagt de zwangere om een vuist te maken. Door te kijken en met de vingers de ader af te tasten, wordt een goede punctieplaats gezocht. Daarna brengt de zorgverlener het begin van de naald in totdat de opening helemaal in de vene zit en kan de zwangere de vuist weer openen. Het bloed wordt bewaard in (stol)buisjes. Dit zijn glazen buisjes, al dan niet met antistollingsmiddel. Afhankelijk van het type bloedonderzoek worden één of meerdere buisjes gevuld. De stuwband kan weer los en de zorgverlener of zwangere zelf drukt een paar minuten op de punctieplaats met een gaasje. Dit helpt om het bloed te stelpen. Daarna kan een pleister geplakt worden. 

Wanneer wordt de venapunctie uitgevoerd?

Tijdens het eerste consult met de verloskundige of gynaecoloog wordt meestal het ‘bloedonderzoek zwangeren’ besproken. De eerste afname is dan voor week 13 van de zwangerschap (PNS). Tijdens de zwangerschap wordt de zwangere geadviseerd minstens twee keer bloed te laten prikken; in het begin van de zwangerschap (voor 13 weken) en rond 30 weken. Of er meer bloedonderzoek nodig is hangt af van de bloedgroep, keuze voor de NIPT en eventuele andere medische redenen. De verloskundige neemt zelf bloed af en stuurt het naar een laboratorium of de zwangere wordt gevraagd bloed te laten prikken bij een prikpost.

Waarop wordt gescreend bij een venapunctie?

Het laboratorium screent het bloed van de zwangere standaard op:

  • Bloedgroep 
  • Seksueel overdraagbare aandoeningen: hepatitis B, syfilis en Hiv
  • Rhesus c en Rhesus D antigenen en Irregulaire erytrocytenantistoffen (IEA)
  • Ijzergehalte (Hb), vaak gecombineerd met MCV (de grootte van de rode bloedcellen)

De screening kan worden uitgebreid. Dit hangt af van de medische situatie van de zwangere, etnische achtergrond en risico’s in de werkomgeving. Bij sommige etnische achtergronden heb je meer kans op ziektes zoals thalassemie of cikkelcelziekte. Echter is etnische achtergrond zeker niet altijd biologisch een risicofactor voor complicaties. Hierover kun je meer lezen in ons artikel ‘racisme in de geboortezorg’.  

Ook kunnen verloskundepraktijken of ziekenhuizen andere werkafspraken maken over wat wel of niet standaard gescreend wordt. Soms verloopt een bepaalde screening via de huisarts in plaats van de verloskundepraktijk.
Aanvullende screening kan onder andere zijn op rode hond (Rubella), de schildklierwaarde, een (nuchtere) glucose, vitamine D, de vijfde ziekte (Parvo B19), CMV (een virus dat jonge kinderen vaak bij zich dragen) en de waterpokken (Varicella).

Screening op bloedarmoede (anemie)

Als alle uitslagen van het bloedonderzoek goed zijn, dan is er alleen vervolgonderzoek op het ijzergehalte (Hb) bij 30 weken zwangerschap. Dit kan met een vingerprik in plaats van een venapunctie. Met een klein apparaatje wordt een prikje in de vinger gemaakt zodat een druppel bloed wordt afgenomen. Direct kan de waarde worden afgelezen. Dit kan gewoon door de verloskundige in de praktijk.  Voor onderzoek op de MCV-waarde en ferritine moet wel via een venapunctie bloed worden afgenomen. Sommige verloskundigen doen dit zelf, anderen verwijzen naar een prikpost voor bloedafname. 

In november 2026 geeft Margot van Dijk een masterclass over anemie én komt het artikel over anemie ook op deze website.

WaardeWat betekent hetNormale waarde in zwangerschap
HbHet hemoglobinegehalte in het bloed. Dit laat zien of er voldoende rode bloedcellen worden aangemaakt en deze goed gevuld zijn. Een lage waarde kan een teken zijn van bloedarmoede (anemie)≥ 7,1 t/m 13 weken
≥ 6,9 14 t/m 17 weken
≥ 6,5 18 t/m 21 weken
≥ 6,3 22 t/m 37 weken
≥ 6,5 vanaf 38 weken
MCVDe grootte van de rode bloedcellen. Een hoge CMV-waarde komt voor bij anemie door een vitamine B12 tekort. Een lage CMV-waarde komt voor bij anemie door ijzertekort. Een waarde onder de 70 kan ook een teken zijn van een Hemoglobinopathie; dit is een erfelijke vorm van anemie zoals Sikkelcelziekte of Thalassemie. 80-100

Tabelwaarden Hb en MCV tijdens de zwangerschap, volgens KNOV (2010) Praktijkkaart Anemie in de verloskunde praktijk