Een vruchtwaterpunctie wordt aangeboden na een afwijkende uitslag van de NIPT of als er een medische reden is om direct vervolgonderzoek te doen. Bijvoorbeeld als de zwangere eerder een kind met Down-, Edwards- of Patausyndroom had.

Wanneer kun je de vruchtwaterpunctie doen?

Het onderzoek vindt vanaf 15-16 weken zwangerschap plaats.

Hoe werkt een vruchtwaterpunctie?

Een vruchtwaterpunctie gebeurt in een Centrum voor Prenatale Diagnostiek. De arts maakt eerst een echo om te kijken hoe het kindje ligt en wat een geschikte plaats is om te prikken. Dan zuigt de arts met een naald via de buikwand uit de baarmoeder ongeveer 20 ml vruchtwater op. In het vruchtwater zitten lichaamscellen van de baby, onder andere van de huid. Deze cellen onderzoekt het laboratorium op afwijkingen aan de chromosomen. 

De uitslag en daarna

De uitslag van de vruchtwaterpunctie is er binnen 3-5 werkdagen. Een goede uitslag wordt in sommige gevallen digitaal gegeven (sms of e-mail). Bij een afwijkende uitslag zal de arts of klinisch geneticus altijd bellen. Als de baby een chromosoomafwijking heeft, krijgt de zwangere een vervolggesprek aangeboden. Dit kan met de gynaecoloog, klinisch geneticus of kinderarts zijn. Daarin bespreekt de arts wat de gevolgen van de aandoening zijn en welke behandeling er eventueel mogelijk is. Ook wordt besproken of de zwangere de zwangerschap uit wil dragen of af wil laten breken.   

Eventuele risico’s, voor- en nadelen van een vruchtwaterpunctie dient uitgebreid aan bod te komen tijdens een counselinggesprek.

Meer informatie
www.pns.nl

Het lijkt simpel: met uitwendig onderzoek en groeiecho’s achterhaal je de groei van de baby en daar kunnen we dan beleid op maken.

Maar zo simpel is het niet (helaas).

Met name bij baby’s die we ‘te klein’ schatten, zijn er een aantal uitdagingen:

  1. Een groeiecho kan er zo’n 15% naast zitten (dus 3000 gram kan 2550 of 3450 gram zijn);

  2. Een kleine baby an sich is geen probleem: 50-70% van de kleine baby’s zijn fysiologisch klein en ondervinden hiervan geen problemen.

  3. Alle ‘te’ kleine baby’s eerder inleiden is dus geen goede oplossing: die 50-70% ondervinden dáár juist problemen van.

Maar wat dan wél? En welke kleine baby’s hebben wél last van een onderliggend probleem?

Donderdag 27 augustus om 19.30 uur geef ik een masterclass over de SGA en/of groeivertraagde baby!

Inclusief terugkijklink!

Voor 45 ben je een maand lid (en pak je toevallig dus ook de masterclass op 10 september mee over de ‘te’ grote baby).

Elke week een gratis artikel!

Bij Vraag de Vroedvrouw houden we van cadeautjes! 🎁

En dit jaar is dat cadeautje:
elke week gaat er op maandag een artikel gratis open 🥳

Als je lid bent van mijn nieuwsbrief krijg je elke week te horen welk artikel er openstaat én geef ik wat extra input over dat onderwerp. Je kunt het artikel dan dus ook makkelijk delen met wie (nog?) geen lid is!

Stuur mij elke week het gratis artikel!

Nieuwsbrief formulier footer