
In Nederland wordt op veel plekken ‘strippen’ aangeboden na de uitgerekende datum. Strippen wordt aangeboden in de hoop dat de baring eerder begint dan het uit zichzelf zou beginnen en is dus in feite een vorm van inleiden (Wickham, 2021).
Hoe gaat strippen?
Strippen gebeurt tijdens een inwendig onderzoek waarbij de zorgverlener met een vinger in de opening van de baarmoedermond gaat. Om te kunnen strippen moet de zwangere dus minstens één cm ontsluiting hebben. De zorgverlener woelt de vliezen los van het onderste deel van de baarmoeder. Hierdoor komt het hormoon prostaglandine vrij. Als de zwangere op het punt staat om te bevallen, kan dit net het zetje geven om de baring te beginnen. Strippen kan voor de zwangere pijnlijk zijn, voor wat bloedverlies zorgen en onregelmatige krampen geven zonder dat het de bevalling start (Boulvain et al., 2005 en Miranda et al., 2006).
Wanneer wordt een strippen gedaan?
Verschillende richtlijnen (NVOG, NICE, RCOG, WHO) adviseren allemaal om strippen als alternatieve methode voor de baring aan de zwangere aan te bieden. Zo kan het aantal verdere inleidingen worden verminderd. Het advies is om de optie vanaf 39 weken zwangerschap te bespreken.Â
Is strippen effectief?
Een Nederlands onderzoek van Miranda et al. (2006) laat zien dat strippen vooral zinvol is tussen 41 en 42 weken zwangerschap. Het zorgt dan voor ongeveer de helft minder kans op een zwangerschap van 42 weken of langer (van 41% naar 23% kans). Bij nullipara was dit 29% versus 46%. Bij multipara 17% versus 34%. Om bij 1 zwangere een serotiene zwangerschap te voorkomen, moeten 6 vrouwen gestript worden. Bij de groep die gestript werd, vond wel vaker een inleiding (meer dan strippen) plaats (9%) dan bij de groep die niet gestript werd (5%).Â
Lees meer over strippen in het artikel Serotiniteit op Vraag de Vroedvrouw
Lees meer over inleiden in het artikel Inleiding op Vraag de Vroedvrouw.