Tijdens de zwangerschap zijn er verschillende echo’s mogelijk.

Hoe gaat een echo?

De echo wordt gemaakt met een transducer. Een apparaat dat geluidsgolven uitzendt en weer oppikt. De teruggekaatste geluidsgolven zijn vervolgens te zien op het scherm. Meer over de geluidsgolven en de veiligheid van een echo hoor je in deze podcastaflevering van Vraag de Vroedvrouw. Bij een echo vroeg in de zwangerschap stelt de zorgverlener vaak voor om deze inwendig, vaginaal uit te voeren. De foetus is dan beter te zien. Bij een zwangerschap vanaf 10 weken wordt de echo meestal via de buik, uitwendig uitgevoerd. 

  • Inwendige echo: bij een inwendige echo wordt de zwangere gevraagd of ze al geplast heeft. Een volle blaas zit dan in de weg. De zwangere mag broek en onderbroek uitdoen en op de behandelbank komen liggen. De zorgverlener doet een soort condoom op de langwerpige transducer en wat glijmiddel. Vervolgens wordt de transducer in de vagina gebracht. Dit hoort geen pijn te doen, maar kan wel ongemakkelijk voelen. Je kunt altijd aangeven als je wil dat de zorgverlener even pauzeert of geheel stopt. Je kunt ook vragen of je zelf de transducer naar binnen mag brengen.
    Tijdens de echo zal de zorgverlener de transducer af en toe iets bewegen om de foetus beter in beeld te brengen. 
  • Uitwendige echo: bij een uitwendige echo is het juist fijn als de zwangere een volle blaas heeft. De foetus is dan beter in beeld te brengen omdat deze bij een vroege zwangerschap sneller boven het schaambot uitkomt. De zorgverlener brengt gel aan op de buikwand van de zwangere zodat de geluidsgolven goed worden geleid. Door de transducer over de buikwand te bewegen wordt de baby in beeld gebracht.  
Tip van ons: doe bij een inwendige echo (of ander inwendig onderzoek) iets langs aan (een jurkje bijvoorbeeld). Zo kan je van de stoel naar de behandeltafel lopen zonder dat je je heel bloot voelt. 

Wat wordt er gemeten?

Bij een echo wordt gekeken hoe het kind groeit. Daarvoor zijn er verschillende metingen:

Waarde + naamWat wordt er gemeten?
CRL – Crown-Rump-LengthEen meting van de bovenkant van het hoofd naar de billen (stuit). 
DBP – Distantia BiParietalisDe afstand van oor tot oor.
HC – Head CircumferenceDe hoofdomtrek
TCD – Transversale Cerebellaire DiameterEen dwarsdoorsnede in het hoofd. 
AC – Abdominal CircumferenceDe buikomtrek
FL – Femur LengthDe lengte van het bot in het bovenbeen.
EFW – Estimated Fetal WeightHet geschatte gewicht van het kind tijdens de meting. 

Wanneer wordt een echo gedaan?

Een echo kan op verschillende momenten in de zwangerschap worden gedaan. Als zwangere kies je steeds zelf of je wel of geen echo uit wil laten voeren. Tijdens de zwangerschap worden standaard de volgende echo’s aangeboden: 

  • De termijnecho: De termijnecho is tussen de 10-13 weken. Tijdens de termijnecho wordt de uitgerekende datum bepaald. Vaak vraagt de zorgverlener ook wanneer de eerste dag van de laatste menstruatie was (LM). In 40% van de zwangerschappen is deze dag onbekend of niet betrouwbaar. Een termijnecho is daarom de standaard manier om de zwangerschapsduur vast te stellen. Deze datum is o.a. van belang om de groei goed in de gaten te kunnen houden. Latere metingen van de groei worden vergeleken met wat ‘normaal’ is bij deze zwangerschapsduur. Ook geeft het aan of je ‘over tijd’ bent of niet (NVOG, 2018). Lees meer hierover in ons artikel Uitgerekende datum
  • De ETSEO (13-weken echo): De zwangere kan ook kiezen voor een Eerste Trimester Structureel Echoscopisch Onderzoek (ETSEO). Rond de 13 weken zwangerschap wordt het ongeboren kind onderzocht op afwijkingen in de bouw of onderdelen van het lichaam. Het kind is rond 13 weken nog klein, maar sommige (ernstige) afwijkingen zijn wel te zien. Deze echo wordt aangeboden in het kader van een landelijke wetenschappelijke studie (IMITAS-studie). Als je gebruik maakt van de echo teken je voor deelname aan de studie (www.pns.nl).  
  • De SEO (20-weken echo): Naast de SEO bij 13 weken kan een zwangere ook kiezen voor een SEO bij 20 weken. Deze echo wordt ook wel de 20-weken echo genoemd omdat de echo rond de 20 weken plaatsvindt. Deze echo werkt hetzelfde als de ETSEO. Het kind is alleen groter en het lichaam verder ontwikkeld waardoor meer eventuele afwijkingen te zien zijn (www.pns.nl). 

Wanneer een echo om medische redenen?

  • De vitaliteitsecho: ook wel een vroege echo. Deze vindt plaats rond 8 weken zwangerschap. De vitaliteitsecho wordt niet vergoed door de verzekeraar als daar geen indicatie voor is. Toch bieden veel verloskundigenpraktijken de echo gratis of tegen betaling aan. Medische redenen voor een vitaliteitsecho zijn:
    • Een verhoogde kans op een miskraam of een miskraam in de voorgeschiedenis
    • Het vermoeden op een buitenbaarmoederlijke zwangerschap (EUG) of risicofactoren daarop
    • Een molazwangerschap in de voorgeschiedenis of het uit willen sluiten van een molazwangerschap bij symptomen die daarop wijzen
    • Als de zwangere zelf eerder zwanger is geweest van een meerling of als dit voorkomt in de familie
    • Bij hyperemesis gravidarum (KNOV, 2017).
  • Bij vaginaal bloedverlies om de reden van het bloedverlies te achterhalen. Die kan heel onschuldig zijn zoals een innestelingsbloeding, gemeenschap, aambeien, obstipatie en een gesprongen vaatje in de baarmoedermond of rand van de placenta. Slijmerige afscheiding met wat bloed kan ook een teken zijn dat de baring begint. Een miskraam, maar ook een aandoening aan de baarmoederhals of een soa kunnen vaginaal bloedverlies veroorzaken (KNOV, 2017).
  • De groeiecho om te kijken of eventuele groeivertraging of een erg grote baby (macrosomie) op te sporen. De groeiecho is een echo op medische indicatie. Dat wil zeggen dat er aanwijzingen moeten zijn dat het kind (mogelijk) onvoldoende groeit. De echo wordt in sommige praktijken standaard uitgevoerd. Uit de IRIS-studie (2019) blijkt dat het standaard uitvoeren van de groeiecho, geen meerwaarde heeft. In deze studie werden de voor- en nadelen van standaard twee echo’s in de laatste drie maanden zwangerschap gemeten bij gezonde (laag-risico) zwangeren. Deze routine-echo’s leidden niet tot betere uitkomsten voor de baby. Wel werden er meer inleidingen uitgevoerd (Henrichs et al., 2019).  
    • Meer informatie over groeivertraging of juist grote groei vind je op de A-Z pagina.
  • De liggingsecho rond de 35 weken om te kijken of de baby met het hoofdje naar beneden ligt. Meestal is dit in hoofdligging: de baby ligt dan met het hoofd in het bekken, naar beneden. Deze echo wordt gedaan als er twijfel is of de baby in hoofdligging ligt. In sommige praktijken wordt de liggingsecho standaard uitgevoerd. Ook na een liggingsecho is er nog de kans dat de baby draait. Ongeveer 4% van de baby’s ligt bij een zwangerschapstermijn van ≥37 weken nog in stuitligging (KNOV, 2006). In sommige regio’s is het de afspraak om tijdens de liggingsecho ook standaard de groei te meten. Ook deze meting is (zeker op deze termijn) niet meer erg betrouwbaar. 
  • Placenta-lokalisatie echo: wanneer bij de SEO (20-weken echo) de placenta dicht bij de baarmoederhals ligt, kun je rond de 30-32 weken nogmaals een echo laten maken om te kijken of de placenta voldoende mee omhoog is gegroeid. 
  • Bij minder leven voelen zal de zorgverlener eerst het advies geven een CTG uit te voeren. Bij een zwangerschapsduur na 28 weken en normaal CTG wordt bij het voelen van verminderde kindsbewegingen geadviseerd een echo uit te voeren (NVOG, 2013) 

Is een echo veilig?

Naar de veiligheid van de echo is nog maar heel weinig onderzoek gedaan. Een review uit 2018 van onderzoek naar echoscopie toont aan dat een echo ervoor kan zorgen dat het weefsel van een foetus licht wordt opgewarmd. De onderzoeken zijn echter klein en veelal enkel op dieren uitgevoerd. De onderzoekers geven aan dat het lange termijn effect van opwarming van het weefsel onduidelijk is. In de onderzoeken is te weinig aandacht besteed aan het effect van verwarming door de echo op de ongeboren baby (Radzi & Zaiki, 2018). 

Tijdens de zwangerschap worden nu beperkt (medische) echo’s uitgevoerd. Een extra echo wordt alleen gedaan wanneer er bij een zwangere of baby een mogelijk risico is. De echo helpt dan om te kijken of actie nodig is (Wickham, 2019). Als zwangere kun je de afweging maken of de voordelen van een echo opwegen tegen eventuele risico’s. Bij een medische echo kan deze keuze anders zijn, dan bij een niet-medische (pret)echo. Een echo geeft ook geen zekerheid. Op een echo kan een baby (te) groot of klein lijken, terwijl dit in de praktijk niet het geval is. De uitkomst van een echo heeft wel effect: het zorgt voor rust of juist onrust bij de zwangere. Ook wordt de zwangere afhankelijk van de uitkomst voor een vervolgkeuze gesteld. Extra (groei)echo’s? Wel of niet inleiden? Ook deze mentale kant is belangrijk om mee te nemen bij een keuze voor eventuele (extra) echo’s. 

Vroedvrouw Margot is nog verder ingedoken in de vraag ‘Zijn echo’s in de zwangerschap veilig?’. Luister hier de podcast van Vraag de Vroedvrouw.