3. Waarom wordt een placenta soms niet spontaan geboren?
Er zijn diverse redenen waarom een placenta soms niet spontaan geboren kan worden. In een onderzoek van Urner et al. uit 2014 wordt de volgende classificatie aangehouden voor het feitelijk niet spontaan geboren kunnen worden van de placenta.
- Placenta adherens; waarbij er sprake is van een niet-functionele samentrekking van het myometrium
- Incarcerated placenta; waarbij er sprake is van een opgesloten placenta door een gesloten baarmoederhals
De drie types van de placenta accreta:
- Placenta accreta; waarbij de placenta geheel of gedeeltelijk is vergroeid in de baarmoederwand maar waarbij de placenta nog niet in het myometrium is opgenomen
- Placenta increta; waarbij de placenta geheel of gedeeltelijk in het myometrium is opgenomen
- Placenta percreta; waarbij de placenta geheel of gedeeltelijk door het myometrium heen groeit, door omringende structuren en/of organen
In dit geval kan de placenta niet spontaan geboren worden, maar zal via een chirurgische ingreep verwijderd moeten worden, waarbij soms ook de baarmoeder zelf verwijderd moet worden (Urner et al., 2014; Obstetrische Interventies, 2017).
Hier lees je meer over hoe vaak een placenta accreta voorkomt
Een onderzoek uit 2012 uit het Verenigd Koninkrijk laat zien dat de geschatte incidentie van een placenta accreta, increta of percreta 0,017 procent is (1,7 per 10.000 zwangerschappen). Volgens ditzelfde onderzoeken is er een verhoogd risico op een placenta accreta/ increta / percreta wanneer er sprake is van een eerdere keizersnede, een andere operatie aan de baarmoeder of de diagnose ‘placenta previa’ – vastgesteld tijdens de zwangerschap (Fitzpatrick et al., 2012). Meer over de placenta accreta gerelateerd aan een eerdere keizersnede lees in je in het artikel VBAC of CBAC: baren na een eerdere keizersnede.
Een ander onderzoek uit 2012 heeft het over een incidentie van van een placenta accreta van ongeveer 1 op 1000 met een verschil van 0,04% tot 0,9% waarbij het verschil zou zitten in definitie en populatie (Garmi & Salim, 2012).
Een Amerikaans onderzoek uit 2018 laat andere cijfers zien en laat daarnaast zien dat er sprake is van een groei van percentages. Studies uit de jaren ‘70 en ’80 beschreven een prevalentie van placenta accreta tussen de 1 op 2.510 en 1 op 4.017. Een studie waarbij er werd gekeken naar de cijfers van 1982 tot 2002 laat een prevalentie van 1 op 533 zien. Een studie uit 2016 stelde vast dat het algehele percentage placenta accreta in de Verenigde Staten 1 op 272, wat hoger is dan enig ander gepubliceerd onderzoek. Het onderzoek uit 2018 stelt dat het toenemende percentage placenta accreta in de afgelopen vier decennia is waarschijnlijk te wijten aan een verandering in risicofactoren, met name het toegenomen percentage keizersneden (Cahill et al., 2018).
Binnen de classificatie van Urner et al. is geen rekening gehouden met het wél spontaan geboren kunnen worden van de placenta maar waarbij tóch de diagnose retentio placentae wordt gesteld. Of als er geen sprake is van een vastzittende placenta maar waarbij tóch een manuele placentaverwijdering wordt verricht:
- Fysiologische placenta; waarbij er volgens de definitie van de NVOG sprake is van een retentio placentae maar die vervolgens toch in staat geweest zou zijn spontaan geboren te worden – na een langere tijd
- Placentaverwijdering bij een keizersnede; waarbij er geen sprake is van een vastzittende placenta, maar van een fysiologische placenta die wordt verwijderd middels een manuele placentaverwijdering bij een keizersnede
Er zijn geen cijfers te vinden die weergeven hoe vaak welke oorzaak voorkomt als er sprake is van een vastzittende placenta, omdat er veelal geen onderscheid wordt gemaakt bij het stellen van de diagnose ‘vastzittende placenta’.
