5. En wat heeft dit alles met bevallen te maken?
Alles. In de nascholing Fysiologische baring & niet-vorderende baring, zegt ‘onze’ Margot dat een fysiologische baring het best verloopt in de ventrale staat van het autonome zenuwstelsel. Ook kunnen het hormoonstelsel en het immuunsysteem optimaal reageren, waardoor moeder en kind zich continu aanpassen aan de situatie. Het doel tijdens de baring is niet per se dat de barende zich altijd ontspannen en veilig voelt, maar dat zij flexibel is, waardoor ze na een trigger weer terugkomt bij het ontspannen en veilige gevoel (ventraal).
Co-regulatie
Daarnaast is co-regulatie een belangrijk element: het reguleren van het zenuwstelsel kan ook plaatsvinden met hulp van een ander. Dit klinkt vager dan het is; iemand die rustig is, helpt een ander te kalmeren. We kijken naar de stewardess op een vlucht met heftige turbulentie. Een vroedvrouw die zit te breien geeft het sterke signaal dat alles in orde is. Dit kan ook andersom werken; stress en angst zijn besmettelijk. Als tijdens een baring bij meerdere mensen het sympathisch zenuwstelsel actief is (vechten of vluchten), heeft dit vaak direct invloed op de gemoedstoestand van de barende vrouw. Lees ook ons artikel over bevallingstrauma.
Deze processen vinden óók plaats tijdens keuzemomenten in de zwangerschap en bevalling: alleen in een ventrale staat zijn we echt in staat om met een ander te verbinden. Rust en (een zekere mate van) ontspanning is een voorwaarde voor het opnemen van informatie; een zwangere die zich niet veilig voelt, zal niet, beperkt of anders informatie opnemen en verwerken. En dit is weer een voorwaarde om weloverwogen, autonoom beslissingen te kunnen nemen.
Uit de voorgaande paragrafen blijkt hoe complex de menselijke geest kan zijn en hoe belangrijk het is om dit te erkennen: keuzes maken is alles behalve een zuiver rationeel proces; hoe en wat we kiezen in het leven wordt door een complex aan mentale, emotionele en fysieke processen beïnvloedt.
