Tijdens de baring kan een microbloedonderzoek bij de baby worden voorgesteld indien er twijfels zijn over de conditie van de baby. Van het bloed dat wordt afgenomen uit het hoofdje van de baby, wordt de pH-waarde bepaald. De pH-waarde zegt iets over de zuurgraad van het bloed van de baby en daarmee de (vermoedelijke) mate van zuurstoftekort bij de baby. Meer over het MBO lees je in het artikel Doptone en CTG tijdens de baring.

Hoe wordt een MBO uitgevoerd?

Het microbloedonderzoek bestaat uit een bloedafname uit de hoofdhuid van de baby. Hiervoor moet de barende op haar rug liggen en wordt er een soort buisje naar binnen gebracht, zodat de zorgverlener met een klein mesje een sneetje in de hoofdhuid van de baby kan maken (zonder daarbij de vagina aan te raken). Uit dat sneetje wordt het bloed opgenomen, wat naar het laboratorium wordt gebracht om de pH-waarde te testen. De test is gevoelig en lukt niet altijd in 1 keer, omdat het lastig is om voldoende bloed te verkrijgen zonder daarbij ook lucht in het bloedbuisje te krijgen.

Wat betekent de uitslag van een MBO?

  • Bij een pH-waarde van 7.25 of hoger is er geen sprake van hypoxie bij de baby.
  • Een pH-waarde tussen de 7.20 en 7.25 wordt ‘pre-acidose’ genoemd en het advies is om na 30 minuten de test te herhalen.
  • Een pH-waarde van 7.20 of lager wordt geassocieerd met hypoxie en waarna volgens de NVOG (2013) “een spoedige bevalling nagestreefd dient te worden.

Wat zijn de nadelen van een MBO?

  • De kans op een bloeding of infectie uit het wondje op de hoofdhuid van de baby is 0,4-6% (Westerhuis et al., 2010);
  • Het is een invasief en onvriendelijk onderzoek voor de barende vrouw;
  • Het is technisch lastig uit te voeren;
  • Last but not least: er is geen wetenschappelijk bewijs dat het MBO leidt tot betere uitkomsten voor de baby.

Het lijkt simpel: met uitwendig onderzoek en groeiecho’s achterhaal je de groei van de baby en daar kunnen we dan beleid op maken.

Maar zo simpel is het niet (helaas).

Met name bij baby’s die we ‘te klein’ schatten, zijn er een aantal uitdagingen:

  1. Een groeiecho kan er zo’n 15% naast zitten (dus 3000 gram kan 2550 of 3450 gram zijn);

  2. Een kleine baby an sich is geen probleem: 50-70% van de kleine baby’s zijn fysiologisch klein en ondervinden hiervan geen problemen.

  3. Alle ‘te’ kleine baby’s eerder inleiden is dus geen goede oplossing: die 50-70% ondervinden dáár juist problemen van.

Maar wat dan wél? En welke kleine baby’s hebben wél last van een onderliggend probleem?

Donderdag 27 augustus om 19.30 uur geef ik een masterclass over de SGA en/of groeivertraagde baby!

Inclusief terugkijklink!

Voor 45 ben je een maand lid (en pak je toevallig dus ook de masterclass op 10 september mee over de ‘te’ grote baby).

Elke week een gratis artikel!

Bij Vraag de Vroedvrouw houden we van cadeautjes! 🎁

En dit jaar is dat cadeautje:
elke week gaat er op maandag een artikel gratis open 🥳

Als je lid bent van mijn nieuwsbrief krijg je elke week te horen welk artikel er openstaat én geef ik wat extra input over dat onderwerp. Je kunt het artikel dan dus ook makkelijk delen met wie (nog?) geen lid is!

Stuur mij elke week het gratis artikel!

Nieuwsbrief formulier footer