Bij een manuele placentaverwijdering wordt de placenta handmatig verwijderd door een arts omdat er sprake is van een vastzittende placenta of omdat het kind geboren wordt door een keizersnede. Meer hierover lees je in het artikel Placenta retentio (vastzittende placenta) en/of het artikel over het Nageboortetijdperk.
De ingreep kan na een vaginale bevalling zowel op een verloskamer als op een operatiekamer plaatsvinden. De ingreep gebeurt in Nederland meestal op de operatiekamer, exacte cijfers ontbreken. De manuele placentaverwijdering vindt vaak plaats onder algehele narcose maar er kan ook gebruik worden gemaakt van epidurale analgesie of spinale analgesie als de kraamvrouw deze eerder gedurende de bevalling heeft gekregen. Als de ingreep plaatsvindt op de verloskamer kan er gebruikgemaakt worden van een sederend middel (Valium) dat via het infuus wordt toegediend (VSV Dordrecht, 2020). Er zijn geen onderzoeken en cijfers bekend van hoe vaak een dergelijke ingreep plaatsvindt op de verloskamer en waarom en wanneer een dergelijke afweging gemaakt wordt.
Voordat de ingreep plaatsvindt, wordt de kraamvrouw voorbereid: ze krijgt een verblijfskatheter en een infuus en pijnstilling. De ingreep wordt vervolgens uitgevoerd door de gynaecoloog. Terwijl een gynaecoloog met een hand de buik, de fundus, ondersteunt, gaat zij met haar andere hand de baarmoeder in waarbij zij tot aan haar onderarm de vagina in gaat. In de baarmoeder moet de gynaecoloog bepalen waar de placenta vast zit in de baarmoeder om vervolgens de placenta los te maken van de baarmoederwand door de placenta vast te pakken en hier aan te trekken om de placenta vervolgens naar buiten te brengen. Daarna moet de hand onmiddellijk worden teruggeplaatst in de baarmoeder om de baarmoeder te controleren op eventueel restweefsel (Medical Guidelines, 2021). Zodra de gynaecoloog verzekerd is van een lege baarmoeder kan de procedure worden afgerond.
Na de manuele placentaverwijdering wordt er eenmalig antibiotica toegediend. Daarnaast krijgt de kraamvrouw een middel (Syntocinon) toegediend om de baarmoeder te doen samentrekken (NVOG, 2015). Het gebruik van antibiotica na een manuele placentaverwijdering heeft volgens een onderzoek uit 2019 geen meerwaarde (Perlman & Carusi, 2019).
Complicaties na een manuele placentaverwijdering
Het onderzoek van Perlman et al. (2019) heeft gekeken naar de complicaties die kunnen optreden na een manuele placentaverwijdering:
- Endometritis
- Placentarest
- Massale fluxus
Met name de laatste complicatie is interessant: de manuele placentaverwijdering vindt veelal plaats om een fluxus te voorkomen, terwijl een manuele placentaverwijdering ook een massale fluxus kan veroorzaken. Exacte cijfers die weergeven hoe vaak een massale fluxus voorkomt na een manuele placentaverwijdering zijn onvindbaar.
In een onderzoek uit 2017 waarin werd gekeken naar de verschillen tussen het manueel verwijderen van de placenta en het het spontaan loslaten van de placenta bij een keizersnede, komt naar voren dat een manuele placentaverwijdering geassocieerd kan worden met meer bloedverlies, een grotere kans op een fluxus en daardoor meer kans op een bloedtransfusie. Een manuele placentaverwijdering werd in dit onderzoek niet geassocieerd met een vermindering van de operatietijd (Kamel, et al., 2017).
Diverse andere onderzoeken laten dezelfde onderzoeksresultaten zien (Dehbashi et al., 2004); (Mc et al., 2021).
Er werden geen onderzoeken gevonden waarbij er gekeken werd naar:
- Beleving van de kraamvrouw
- Weefselbeschadiging na een manuele placentaverwijdering
- Herstel na een manuele placentaverwijdering